In Ratibor in Silezië werd op 19 februari 1877 Else Berg geboren als jongste dochter van een joodse sigarenfabrikant. Omdat ze kunstschilder wilde worden, begon ze in 1895 in Parijs een kunstopleiding. Onder andere kreeg ze les op het atelier van J.C. Laurens waar de Franse kunstenaar Henri Le Fauconnier een van haar medestudenten was.

Parijs was in die tijd het Mekka van de kunstvernieuwing. Een bloeiende stroming was bijvoorbeeld het kubisme, waartoe ook Else Berg zich aangetrokken voelde. Tevens maakte ze werken die beïnvloed waren door een stroming die wordt aangeduid als het luminisme. Dit was een Nederlandse stroming die als kenmerk brede, blokvormige vlakken en heldere kleuren had.

In 1900 vertrok ze naar Berlijn en volgde er een opleiding aan de Akademie der Kunste. Haar belangrijkste leraar daar was Arthur Kampf. Deze schildersopleiding was sterk gericht op een zo realistisch mogelijke weergave, wat ouderwets aandeed na de stromingen waarmee Berg in Parijs in contact was gekomen. Ze huurde in Berlijn een atelier, dat een trefpunt werd in de Berlijnse schilderswereld. In deze stad leerde ze de kunstschilder Mommie Schwarz kennen. Samen met hem vertrok ze in 1911 naar Amsterdam.

Daar werd Else Berg lid van de kunstenaarsvereniging “De Onafhankelijken”. In 1913 deed ze mee aan een tentoonstelling van deze vereniging. Hier was ook werk te zien van kunstenaars als Bendien, Davids, Van Deene, Leo Gestel en Jan Sluyters. Het werk van Else Berg was ook te zien op tentoonstellingen van de kunstenaarsverenigingen “St. Lucas” en de “Moderne Kunstkring”.

De invloed van Leo Gestel op Berg’s werk is duidelijk te zien. Gestel werd een goede vriend van Else Berg en Mommie Schwarz. In 1914 maakten ze samen met Leo en zijn vrouw een reis naar Mallorca. Tijdens deze reis maakten de drie kunstenaars talloze werken. Een bekend werk dat Berg tijdens deze reis maakte, was ‘Spaanse dame’.

Kort voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerden Else en Mommie weer terug naar Nederland. In de periode die daarop volgde kwamen ze veel in Bergen dat steeds meer een kunstenaarsoord begon te worden. Er kwamen zoveel kunstenaars naar toe dat men van de “Bergense School” is gaan spreken. Een stuwende kracht achter deze school was Piet Boendermaker die op grote schaal werken kocht waaronder die van Else Berg. Ook Charley Toorop maakte deel uit van de “Bergense School”. Berg raakte bevriend met haar en liet zich in haar werk door Toorop beinvloeden. Zowel Berg als Schwarz waren lid van de “Hollandsche Kunstenaars Kring” waarin ze later ook bestuurlijke functies bekleedden. In 1918 kreeg Berg haar eerste eigen tentoonstelling bij de Kring en in 1919 een tweede. Toen Else Berg in 1920 met Mommie Schwarz trouwde, kreeg ze de Nederlandse nationaliteit.

In 1922 maakten ze samen een reis naar Italie. In 1923 exposeerde ze op de internationale tentoonstelling van “De Branding” en in 1927 bij de nieuwe realistische kunstenaarsvereniging “De Brug”. In datzelfde jaar maakte ze een reis naar de Belgische mijnstreek rond Luik, waar ze schilderijen maakte van mijnwerkers, het circus en de kermis. In 1930 exposeerde ze bij de vooraanstaande kunsthandelaar Van Lier in Amsterdam, waarmee ze veel aandacht kreeg. Haar werken hebben voornamelijk scenes uit het boerenleven, portretten en naaktfiguren als onderwerp. Ze maakte nog reizen naar de Balkan en naar Limburg, waar ze veel nieuw werk maakte. Een groot deel daarvan werd ook weer tentoongesteld, onder andere bij kunsthandel Vecht in Amsterdam. Haar laatste solotentoonstelling had ze in 1940.

In de Tweede Wereldoorlog werd het door haar joodse afkomst moeilijk om nog werk te exposeren. Op 12 november 1942 werden Else Berg en Mommie Schwarz opgepakt en op 16 november via Westerbork op transport gesteld naar Auschwitz waar zij drie dagen later werden vermoord.

tekst: Joods Historisch Museum