Nicolaas Bruijnesteijn van Coppenraet werd geboren te Nieuwer Amstel op 24-3-1893. Zijn geboorte- en woonhuis kwam door een gemeentelijke herindeling in 1896 bij Amsterdam.

Nico bezocht van 1908 tot 1911 de Quellinus Kunstnijverheids school in Amsterdam. Er is een verhaal bekend, waaruit blijkt dat rond 1911 dus waarschijnlijk in samenhang met zijn schoolexamen in het ouderlijk huis een drukbezochte tentoonstelling van zijn werk plaats vond.
In 1914 verhuisde het ouderlijk gezin naar Den Haag. Nico volgde hen echter pas in 1917. In die tussentijd bleef hij in het oude huis in Amsterdam wonen, samen met zijn oudste broer en zijn vriend, de schilder E.J.Ligtelijn  In dezelfde periode vervulde hij zijn dienstplicht wegens de mobilisatie in de eerste wereldoorlog.

In Den Haag bezocht hij (waarschijnlijk ca. 1917- 1919) de Academie van Beeldende Kunsten, waar hij ook zijn toekomstige vrouw leerde kennen. Voorts was hij in Den Haag enige tijd schrijver bij de in 1919 opgerichte Postcheque- en Girodienst (de latere Postbank) en gaf hij ook tekenles en vioolles.

Voor zijn huwelijk noemde hij zich tekenaar, zodat we mogen aannemen dat tekeningen het hoofdbestanddeel van zijn werk uitmaakten. Tekeningen uit die tijd zijn mij echter niet bekend (waarschijnlijk omdat zijn signatuur niet herkend wordt), wel enkele geschilderde stillevens, die zich kenmerken door de haast fotografische afwerking, gesigneerd Nico Bruynesteyn

Veel werk maakte hij onder het pseudoniem Pieter van Noort. Hij was getrouwd met de schilderes Sophia van Driel, die werkte onder het pseudoniem Tilly Moes.

Sinds hun huwelijk hebben ze twaalf jaar lang hun zwerversnatuur ongeremd kunnen botvieren. Zelden woonden ze ergens langer dan een jaar. Maar in 1939 achtten ze de tijd gekomen om „burgerlijk” te gaan leven. Dat was beter voor de schoolloopbaan van de zoon, en economisch leek het wel te kunnen. Per 1 augustus 1939 verhuisden ze naar een bovenhuis in Den Haag. In die stad leefden ook beider verdere familie, en ze hoopten daar langdurig te kunnen blijven wonen.

Van toen af demonstreerde Nico ook het verlies van de wilde haren door in zijn signatuur de voornaam Nico te vervangen door de enkele voorletter N.  Hij tekende er, en experimenteerde er met etsen. Een groen uitgeslagen etsplaat en enige attributen zijn de enige herinnering daaraan.

Een verhaal apart betreft een motief, dat zeker een halve eeuw lang geschilderd werd. Nico had veel succes met een stilleven-opstelling van een elegant vaasje bloemen naast een gedrapeerd gordijn, op een spiegelend tafelblad. De zorgvuldig maar traag werkende Nico deed echter veel te lang over een exemplaar. Om tot een snellere productie te komen, nam Fia een deel van de taak over: ze vulde de bloemen in. Tenslotte ging ze de complete stillevens maken, aanvankelijk gesigneerd met F. Bruynesteyn, maar al gauw met de aloude naam Tilly Moes. Vanaf dat moment (ca. 1940) werd die naam nog alleen voor dìt type stilleven gebruikt.  Naast het gordijn en de vaas met bloemen stond er meestal nog een extra object. Heel geliefd daarvoor was een parelmoeren kistje. Dit kistje was weer te bewerkelijk voor de snel werkende Fia. Daarom heeft Nico tot zijn dood deze kistjes ingevuld op de overigens door zijn vrouw gemaakte “Tilly Moezen”

Nico bleef stillevens maken en voegde ook stadsgezichten en landschappen aan zijn repertoire toe. In de laatste fase van zijn leven (hij stierf in het ziekenhuis te Utrecht op 03-03-1950) bereikte ook hij de situatie dat hij ondanks sneller en meer routinematig werken aan de vraag niet kon voldoen. De kunsthandel Outhuyse te Amsterdam kocht (vanaf april 1948) alle stadsgezichten en landschappen die hij maar kon produceren.  De laatste zending voor zijn dood bestond uit dertien miniatuurtjes.

Rond 1945 kreeg Nico de smaak te pakken van de „moderne kunst”, naar voorbeeld van schilders als Mondriaan en Kandinsky.  Hij kon er echter geen klanten voor vinden, en het project bloedde spoedig dood. Hij bedacht daarvoor het pseudoniem Brunesco, maar signeerde slechts met een B in een klaverblad (ontleend aan het familiewapen).

Tekst: De Valk Kunstbemiddeling en http://www.brucop.com/gallery/nederlands/