Jozef Israels kwam op 27 januari 1824 ter wereld ter wereld in een sterk groeiende joodse gemeenschap in Groningen.
Zo’n duizend joden woonden toen in de stad. Een kwart eeuw eerder waren dat er nog maar krap vierhonderd. En de joodse gemeenschap bleef groeien, tot ongeveer drieduizend zielen rond 1900.
Jozef Israels werd geboren als derde kind van Hartog Abraham Israels en en Mathilde Polack. Het gezin met tien kinderen behoorde tot de rijke bovenlaag van de stad Groningen en kon zich een voornaam herenhuis aan de Vismarkt nr. 86 veroorloven, net buiten de joodse volksbuurt. Vader Hartog Abraham handelde in effecten. Moeder Mathilde Polack was een ‘lief en godsdienstig vrouwtje’.

Jozef Israels werd traditioneel joods opgevoed. In 1837 werd hij in de oude synagoge in de Folkingestraat bar mitswa (joods meerderjarig op dertienjarige leeftijd). Die gebeurtenis maakt grote indruk op hem. In zijn latere leven kon hij zich goed een vers uit Exodus herinneren dat hij bij zijn bar mitswa moest voorlezen: ‘Zie, Ik zend eenen engel voor uw aangezicht, om u te behoeden op dezen weg, en om u te brengen tot de plaats, die Ik bereid heb’. Het vers is, waarschijnlijk op zijn verzoek, op Israels’ grafsteen terechtgekomen.
Jozef ging, net als alle andere joodse kinderen in de stad Groningen, naar de openbare school. Hij kreeg daarnaast Hebreeuwse les van een Poolse jood die in de Folkingestraat woonde, Isaac Jojada Cohen. De twaalfjarige Israels bracht naar eigen zeggen de oude en bijna blinde Cohen regelmatig in de winter, door wind en sneeuw, naar de synagoge. Daar stonden ze dan samen voor de bevroren ramen te bidden. Het is goed voor te stellen dat de romanticus Israels hieraan later vol nostalgie heeft teruggedacht.

Te slodderig

Zijn ouders wilden graag dat hij rabbijn werd, maar al op jonge leeftijd werd duidelijk dat Israels voor kunstenaar in de wieg gelegd was. Op de lagere school viel tijdens de tekenlessen al op dat hij goed overweg kon met griffel en lei. Zijn tekentalent ontwikkelde zich pas echt, toen hij op achtjarige leeftijd tekenlessen mocht gaan volgen op Academie Minerva in Groningen. 
Zijn tekenleraar C.B. Buys vond Jozef maar een lastige leerling. ,,Er komt toch niets van dien jongen terecht, hij is veel te slodderig”, zou hij eens gezegd hebben.

Dat Jozef Israels zich interesseerde voor het joodse leven in Groningen blijkt wel uit de tekeningen en schilderijen die hij er over maakte. Zijn eerste schilderij was een levensgrote studie van een Groningse jood die pijpenkoppen verkocht. Het schilderij kwam zelfs op een tentoonstelling (mogelijk in galerie Pictura, die nog steeds bestaat) te hangen. Maar het zat Jozef Israels nog niet mee. De jood met de pijpenkoppen kwam helaas op een deur van de expositiezaal te hangen, en ook nog aan de verkeerde kant. Want het was alleen zichtbaar als de deur gesloten bleef. Dat gebeurde alleen als er niemand in de zaal was!
Zijn eigen familie was niet erg onder de indruk van Jozefs schilderijen. Ze noemden zijn artistieke bezigheden op z’n Gronings ‘maggelen’: een beetje knoeien met tekenen en schilderen. Toch mocht hij in 1842 op zijn achttiende in Amsterdam een schilderopleiding volgen bij de schilder Kruseman. Hij trok in bij zijn tante die aan de Jodenbreestraat een bontwinkel had. Zo kwam Jozef Israels midden in de oude joodse buurt van Amsterdam te wonen, op maar enkele tientallen meters afstand van het huis waar Rembrandt gewoond had.

Terug in Groningen

De ‘Rembrandt van de 19e Eeuw’, zoals Israels genoemd werd, kwam na zijn vertrek naar Amsterdam en vervolgens Den Haag nog regelmatig terug naar zijn geboortestad Groningen. De Groningse schrijver Nico Rost herinnerde zich zo’n bezoek nog. ,,Het was een gebeurtenis van betekenis, toen m’n vader mij op een dag een kleine kromgebogen oude man aanwees, met een flambard op, die uit de synagoge naar buiten trad. ‘Je pet afnemen, jongen, dat is Jozef Israels.’ ‘Hij komt hier elk jaar eenmaal in de sjoel’, verklaarde poelier Marcus ons, die juist voorbij kwam, ‘voor de jaartijd van z’n vader'”. 
Jozef Israels stierf op 12 augustus 1911 in Scheveningen. Op de gevel van een gebouw aan de Groningse Vismarkt waar zijn geboortehuis stond, is een inscriptie aangebracht. Ook zijn in Groningen een straat en een plein naar hem genoemd. Maar de duidelijkste herinnering aan Israels is een standbeeld van de beeldhouwer Abraham Wesselink. Het staat goed zichbaar op het voorname Hereplein in de stad.

tekst:  http://www.hetverhaalvangroningen.nl/