De kunstschilder Johannes Bosboom werd geboren op 18 februari 1817 in Den Haag. Hij wordt gezien als een van de belangrijkste meesters van de Haagse school.
Reeds op 14-jarige leeftijd kreeg hij al les van B. van Hove. Tijdens zijn leerjaren bij Van Hove (tot 1835) schilderde hij voornamelijk stadsgezichten. De invloed van Van Hove is hierin duidelijk zichtbaar. Bosboom heeft zijn verder opleiding gevolgd aan de Akademie van Beeldende Kunst in Den Haag en – ook al vanaf jonge leeftijd – raadgevingen ontvangen van J. Nuyen.

De jonge Bosboom, reisde vanaf 1835 o.a. naar Duitsland met S.L. Verveer, naar België en met C. Kruseman naar Frankrijk. In 1845 werd hij lid van de Koninklijke Akademie te Amsterdam. In 1956 werd hij geridderd in de orde van Leopold.

Bosboom heeft o.a. lesgegeven aan M.Ph.Bilders-van Bosse en W.P.de Haas. Hij was gehuwd met de schrijfster A.L.G. Toussaint.
Bosboom schilderde landschappen, stadsgezichten en kerkinterieurs die zijn gestoffeerd met figuren in 17e-eeuwse kledij. Na 1865 vereenvoudigde hij zijn composities en ging hij werken met een meer directe, wat korrelige verfbehandeling. Ook werd zijn palet gaandeweg lichter.
Zijn vroege werk behoort tot de romantiek, later werd hij een der bekendste schilders van de Haagse School. Deze groep schilders werd geïnspireerd door de  Franse school van Barbizon.

Johannes Bosboom blies de schilderkunst van kerken in de negentiende eeuw nieuw leven in. Hierbij was Emanuel de Witte zijn grote voorbeeld. Bijzonder is de manier waarop Johannes Bosboom het interieur van de kerken weergeeft.

Het ging hem in eerste instantie niet om de architectuur, maar om de expressie van de ruimte en het vastleggen van de atmosferische werking van het licht. Voor de weergave van het licht inspireerde hij zich op Rembrandt van Rijn (1606-1669). Omdat Johannes Bosboom eigentijdse kleding niet geschikt vond voor de stoffering van zijn onderwerpen beeldde hij een persoon in zeventiende eeuwse kledij af. Hiermee verwijst hij ook naar zijn voorgangers.

Johannes Bosboom overleed op 14 september 1891, op 74- jarige leeftijd in zijn geboorteplaats Den Haag.