Wind en wilgen. J.W. van Borselen (1825-1892)
maart 2002   Kunst en Antiekjournaal

‘Wilgenschilder’, zo werd Jan Willem van Borselen reeds tijdens zijn leven genoemd.

De oerhollandse wilg is veruit de meest voorkomende boomsoort in het werk van de negentiende-eeuwse meester, zowel geknot, als in struikvorm of hoog uitgegroeid. Wat opvalt is de frisheid en levendigheid waarmee de natuur op het doek is gezet. De toeschouwer hoort de wind door het riet en de wilgen ruisen en ziet de wolken langs de hemel jagen. Hij staat middenin het landschap. Dat deed Jan Willem ook tijdens zijn zwerftochten door de natuur in het algemeen en de polders van het Groene Hart in het bijzonder. Tochten die hem niet gemakkelijk afgingen. Hij kwam altijd als laatste aan, sjouwend door het mulle zand met zijn schilderkist en stoeltje. Maar als hij aan het werk was verbaasde men zich over zijn geestdrift en uithoudingsvermogen, zo vertelt de historie. In schetsen en olieverfstudies op schilderkistformaat werd in een hoog tempo de natuur op naturalistische wijze vastgelegd. Deze studies vormden het ‘werkkapitaal’ dat in het atelier op groter formaat werd ‘verzilverd’. Alsof je de wind door de wilgen hoort suizen “Wie een schilderij van Jan Willem van Borselen bekijkt krijgt een gevoel van herkenning. Een herinnering aan een wandeling door de polder, een roeitochtje door de kreekjes, een zeildag op de plassen of een visdagje met vrienden. Er lijkt op zijn schilderijen een wind te waaien, die alles in beweging zet, het water, het riet, de wolken, de bladeren.

Alles lijkt op te lossen in kleur, in groen”, schrijft Tiny de Liefde-van Brakel in een kunsthistorische beschouwing.  Tiny de Liefde plaatst in haar beschouwing het werk in de tijd waarin het gemaakt werd, de negentiende eeuw. Een periode waarin kunstenaars zich beginnen los te maken van het keurig gecomponeerde en geïdealiseerde landschap, zo kenmerkend voor de Romantische School, om op zoek te gaan naar de werkelijkheid als bron van kunstzinnige vernieuwing. Een zoektocht die eind negentiende eeuw uitmondde in het Hollands impressionisme. Van Borselen vervult in de overgang van de Romantische School naar het Hollandse impressionisme een belangrijke brugfunctie. Dat is ongetwijfeld de oorzaak van het feit dat kort na zijn dood de belangstelling voor zijn werk in de vergetelheid verzonk. Toen kunstenaars en kunstliefhebbers de brug naar de vernieuwing eenmaal waren overgestoken ging hun aandacht uit naar de vernieuwende meesters. Begrijpelijk. Het tij keerde toen in het laatste kwart van de twintigste eeuw de kunst van de negentiende eeuw werd herontdekt. Toen nam ook de belangstelling en waardering voor het werk van Jan Willem van Borselen toe. Zijn werk hervond, via de kunsthandel, beurzen en veilingen, zijn weg naar een gretig publiek. Zo was het ook tijdens zijn leven. In ruime kring gewaardeerd In 1855 verruilde de kunstenaar zijn geboorteplaats Gouda voor Den Haag, waar hij in de leer ging bij Andreas Schelfhout en lid werd van Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio. Van Borselen was een zeer actief Pulchri-lid, hij nam regelmatig deel aan de door het Genootschap geboden mogelijkheden voor figuurstudie en vervulde vanaf 1863 tot zijn overlijden regelmatig bestuursfuncties, waaronder die van penningmeester. In zijn werk bleef de kunstenaar zijn eigen ideeën wat betreft het onopgesmukt en op naturalistische wijze weergeven van het landschap trouw. Een werkwijze die in ruime kring werd gewaardeerd. Naarmate de schilder zich ontwikkelde, kregen de grote verzamelaars belangstelling voor zijn werk. Tot zijn bewonderaars behoorden koning Willem III en koningin Emma. Zij stimuleerden Jan Willem, kochten zijn werk en nodigden hem te logeren op Paleis Het Loo om te schilderen in de omringende bossen. De werken van Jan Willem vonden hun weg naar vele particuliere verzamelingen en naar de collecties van toonaangevende musea, zoals het Rijksmuseum te Amsterdam, Museum Boijmans van Beuningen te Rotterdam en het Gemeentemuseum Den Haag.

BORSELEN. – LIEFDE – VAN BRAKEL, T. DE.., MEDDENS – VAN BORSELEN, A., e.a. (e.a. Ten geleide.) Wind
en Wilgen. Jan Willem van Borselen 1825 – 1892. Schilder van het Hollandse polderlandschap. Alkmaar en Den Haag.,
2002. or. linnen. 98 p. Met prachtige, meest gekleurde illustraties.
Een goed verzorgde catalogus en monografie.Wind en wilgen. J.W. van Borselen (1825-1892)
maart 2002   Kunst en Antiekjournaal