Jacob Maris (25 augustus 1837 – 7 augustus 1899) was een Nederlands impressionistisch kunstschilder van de Haagse School.
Jacob Maris werd als de oudste van drie broers geboren in Den Haag. Zijn grootvader Wenzel Maresch was te Praag geboren en hij huwde de Amsterdamse Metge Smit in Den Haag, even na 1800. Hun zoon Mattheus werd 9 jaar later geboren. Diens naam werd als Marris geboekt. Hij werd de vader van de drie gebroeders Jacob, Willem en Matthijs.
Jacob was naast schilder ook etser en lithograaf. Aan de Haagse academie had hij J.A.B. Stroebel als leermeester, terwijl hij in 1855 aan de Antwerpse academie, onder directie van Nicaise de Keyser, leerling werd van Hubert Van Hove. Tijdens zijn verblijf te Antwerpen onderging hij de invloed van Hendrik Leys. Vanaf 1865 was hij in Parijs leerling van Ernest Hébert en exposeerde hij in de officiële Salon. Hij maakte er kennis met Henri Fantin Latour, met Camille Corot, met Alfred Stevens en raakte onder de invloed van de bekende School van Barbizon.
In Oosterbeek werkte hij naast Anton Mauve, Gerard en Johannes Bilders. Buiten een Rijnreis met zijn broers en een Parijs verblijf van 1865 tot 1871, werkte Jacob in Den Haag. Hij schilderde aanvankelijk vooral figuren, maar na 1872 creëerde hij veelal landschappen in de bekende impressionistische grijs-nevelige kleuren van de Haagse School. Hij was wellicht de meest impressionistische van de drie Marissen, binnen de Haagse Grijze School.

Jacob Maris behoorde tot de Haagse School-schilders van het eerste uur. Zijn eerste inspiratie deed hij op bij de Duitse romantische illustrator Ludwig Richter. Daarna raakte hij geboeid door de vernieuwende opvattingen van de schilders van de School van Barbizon, die het werken naar de vrije natuur hoog in hun vaandel voerden. Het schilderen “en plein air” werd hun uitgangspunt. Jacob Maris paste dit toe in de bossen bij Oosterbeek,  In 1864 vertrok Jacob Maris naar Parijs om zijn carrière voort te zetten. In de omgeving van Barbizon maakte hij olieverfschetsen van rotslandschappen. In Frankrijk werkte Jacob Maris voor de kunsthandel Goupil. ‘Het breistertje’ is een voorbeeld van een typisch salonstuk uit zijn Parijse tijd. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 keerde Jacob naar Den Haag terug. Daar werd hij een van de belangrijkste figuren uit de Haagse School, die zich vanaf omstreeks 1875 begon te formeren. Jacob Maris werd een schilder van Hollandse landschappen en stadsgezichten, met een accent op het lichteffect van wolkenluchten.

Jacob werd lid van Pulchri Studio in 1871 en Pulchri studio vernoemde naar hem de jaarlijkse prijs voor haar leden.
Jacob Maris stierf op 61-jarige leeftijd in Karlsbad.