KNIP, Henriette, vooral bekend als Henriette Ronner-Knip (geb. Amsterdam 31-5-1821 – gest. Elsene, België 28-2-1909), dierschilderes. Dochter van Josephus Augustus Knip (1777-1847), kunstschilder, en Cornelia van Leeuwen (1790-1848). Henriette Knip trouwde op 14-3-1850 in Amsterdam met Feico Ronner (1819-1883). Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 4 dochters geboren.

Henriette Knip werd in Amsterdam geboren als tweede kind van de Brabantse kunstschilder Josephus Augustus Knip en de Amsterdamse Cornelia van Leeuwen. Ze had één broer: August (1819-1861). De ouders waren niet getrouwd omdat de vader officieel nog met de Franse dierschilderes Antoinette Pauline Jacqueline Rifer de Courcelles (1781-1851) was getrouwd. Pas in 1824 werd in Parijs de echtscheiding uitgesproken. Henriettes ouders bleven ongetrouwd.

Henriette en haar broer waren de derde generatie kunstenaars in de familie. Haar grootvader Nicolaas Frederik (1741-1808), die behangselschilder was en daarnaast stillevens schilderde, had drie van zijn vier kinderen tot kunstenaar opgeleid: Henriettes vader, haar oom Mattheus Derk (1785-1845) en haar tante Henrietta Geertrui (1783-1842). Het gezin Knip verhuisde veel. Zo woonden ze bijvoorbeeld enige jaren in Parijs, waar de vader teken- en schilderlessen gaf aan welgestelde dames. Verder woonden ze in Vugt, Den Haag, Beek en Den Bosch. In 1840 streek het gezin neer in het Brabantse Berlicum.

Schilderes van honden en katten

Al op haar vierde kreeg Henriette een vaste plek in het atelier van haar vader en op haar elfde verjaardag kreeg zij een schildersezel van hem cadeau (Gram, 2). In navolging van haar vader begon ze met het schilderen van Brabantse landschappen gestoffeerd met vee en soms wat boerenfiguren. Af en toe maakte Henriette deze schilderijen in samenwerking met haar broer August. Ook probeerde ze verschillende onderwerpen in het dierengenre uit, zoals stalinterieurs met boerderijdieren en schilderijen met poezen of honden. Toen haar vader door een oogziekte moest ophouden met schilderen, droeg zij met de verkoop van haar schilderijen als jong meisje al bij aan het gezinsinkomen. Vanaf 1838 verkocht ze werk op de jaarlijkse verkooptentoonstellingen van Levende Meesters, die in verschillende Nederlandse steden werden georganiseerd.

In 1848, na de dood van haar ouders, verhuisde Henriette Knip naar Amsterdam, waar ze datzelfde jaar de eerste vrouw was die als ‘werkend lid’ werd toegelaten tot het kunstenaarsgenootschap Arti et Amicitiae. Aanvankelijk bleef ze Brabantse landschappen met vee schilderen, maar gaandeweg ging zij zich specialiseren in het afbeelden van honden, zoals jachthonden, vaak nog geplaatst in een Brabants landschap, en honden met hun jongen.

In 1850 trouwde Henriette Knip met Feico Ronner, die zij in Berlicum had ontmoet en met wie zij naar Amsterdam was getrokken. Meteen na hun huwelijk vestigde het echtpaar zich in Elsene bij Brussel, waar ze lid werd van de Cercle Artistique et Littéraire, de Société Libre des Beaux Arts en de Société Belge des Aquarellistes. Voortaan noemde ze zich Ronner of Ronner-Knip. Ze raakte beïnvloed door de realistisch werkende hondenschilder Joseph Stevens (1816-1892). Schilderde Stevens magere straathonden, Ronner-Knip raakte gefascineerd door trekhonden, die ze verwerkte in schilderijen als ‘De dood van een vriend’ uit 1860: een arbeider treurt om zijn hond die voor een trekkar is bezweken. Hiermee behoorde ze tot de eerste generatie van kunstenaars van het realisme die hun inspiratie in het dierenleven vonden.

Met haar hondenschilderijen kreeg Ronner-Knip veel bekendheid. Toch zou zij haar naam pas definitief vestigen met de poezen die zij vanaf 1870 begon te schilderen en aquarelleren. Na veel oefening in het tekenen naar levende katten in haar atelier wist ze de dieren natuurgetrouw weer te geven: van lui soezend op een kussen tot kattenkwaad uithalend met de eigendommen van het baasje. Als geen ander was ze in staat de zachtheid van een poezenvacht weer te geven. Het bleek een gat in de markt te zijn: de kat kwam als huisdier immers steeds vaker voor in de huiskamers en salons van de gegoede burgerij. Concurrenten binnen dit specialisme waren er nauwelijks. Ronner-Knip plaatste haar katten in de luxueus ingerichte huiskamer van de rijke burger: ze spelen tussen fraaie meubels, mooie stoffen en kostbare voorwerpen en deze interieurs zullen zeer herkenbaar zijn geweest voor het welgestelde publiek dat deze schilderijen kocht. Ze gaf haar werk anekdotische titels als ‘De muziekles’ (katjes die met instrumenten spelen) en ‘Reis om de wereld’ (poezen spelend met een wereldbol), wat haar kunstwerken iets menselijks en komisch tegelijk gaf.

Henriette Knip kreeg met Feico Ronner vijf kinderen. Haar man had een slechte gezondheid en oefende geen beroep uit. Zodoende was Ronner-Knip de kostwinner van het gezin. Haar echtgenoot hielp haar wel met de zakelijke kant van het kunstenaarschap en verzorgde de correspondentie en de inzendingen voor tentoonstellingen. Dat was vermoedelijk bijna een dagtaak, want Ronner-Knip stuurde zeer veel schilderijen naar exposities in binnen- en buitenland. Ze exposeerde regelmatig in Duitsland, Engeland, Frankrijk en Amerika. Alleen al op de Nederlandse tentoonstellingen van Levende Meesters exposeerde ze tussen 1838 en 1898 meer dan 168 schilderijen. De prijzen die ze voor haar werk vroeg, stegen in de loop van haar carrière aanzienlijk: van tweehonderd gulden in de jaren 1840 tot meer dan tweeduizend gulden in de jaren 1880, een bedrag dat alleen de bekendste schilders in die tijd voor hun werk konden vragen.

Na de dood van haar man in 1883 bleef Henriette Ronner-Knip in Elsene wonen en werken. Haar zoon Edouard nam nu de zaken waar. Onder invloed van het impressionisme werden haar composities aan het einde van haar carrière eenvoudiger: ze concentreerde zich meer op de katten zelf en minder op hun omgeving en ze gebruikte lichtere kleuren. Op haar tachtigste werkte ze nog vier à vijf uur per dag op haar atelier in Brussel en tot aan haar dood zou ze onvermoeibaar poezen blijven schilderen. Ze leidde al haar kinderen op in de schilderkunst. Zoon Alfred (1852-1901) werd illustrator en dochters Alice (1857-1957) en Emma (1860-1936) werden stillevenschilderessen. Vooral Alice zou hierin succesvol zijn.

Ronner-Knip kon haar schilderijen en aquarellen voor hoge prijzen verkopen op de internationale kunstmarkt en ze kreeg veel opdrachten, zoals het portretteren van de schoothondjes van de koningin van België en haar zuster. In 1887 werd ze geridderd in de Orde van Leopold I en in 1901 in de Orde van Oranje Nassau. Henriette Ronner-Knip stierf op 28 februari 1909 in Elsene en werd bijgezet in het familiegraf op het kerkhof aldaar, naast haar man. Na haar dood verschenen necrologieën in diverse kranten en tijdschriften. Zo schreef de Wereldkroniek: ‘Met Henriette Ronner-Knip is een zeer belangrijk figuur uit de Nederlandsche schilderswereld van ons heengegaan, een vrouw, wier nagedachtenis in haar werk nog eeuwen lang zal blijven voortleven over heel de wereld’. Atelierveilingen werden gehouden in maart 1911 in Den Haag (Pulchri Studio) en oktober 1919 in Amsterdam (Frederik Muller & Co). Deze veilingen bevatten niet alleen haar eigen werk, maar ook dat van haar vader, broer en tante.

Reputatie

Henriette Ronner-Knip kreeg doorgaans lovende kritieken en tijdens haar leven verschenen er verschillende publicaties over haar werk. Ze is de geschiedenis ingegaan als de poezenschilderes bij uitstek. Kunsthistorici vonden haar speelse salonkatjes lange tijd te schattig om serieus te nemen. Dat verklaart waarom haar werk jarenlang in depots is opgeborgen. In 1998 kreeg Ronner-Knip echter een grote overzichtstentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. Haar werk is onder verzamelaars nog altijd geliefd en brengt in de kunsthandel nog altijd hoge bedragen op. Ook reproducties van haar werk zijn heden ten dage nog populair.

Werk

Werk van Ronner-Knip is te vinden in de collecties van het Rijksmuseum en het Rijksprentenkabinet (Amsterdam), Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België (Brussel), Dordrechts Museum, Haags Gemeentemuseum, Museum De Fundatie (Heino), Teylers Museum (Haarlem), Museum Bisdom van Vliet (Haastrecht) en Museum Boymans van Beuningen (Rotterdam).

Literatuur

  • Catalogi van tentoonstellingen van Levende Meesters, gehouden in Amsterdam, Antwerpen, Arnhem, Brussel, Den Haag, Den Bosch, Gent, Groningen, Kampen, Leeuwarden, Leiden, Nijmegen, Parijs, Rotterdam, Utrecht en Zwolle in de jaren 1838-1897 [zie ook Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag: tentoonstellingsdocumentatie Levende Meesters].
  • C. Vosmaer, ‘De Snippermand. Naar een schilderij van mevr. H. Ronner-Knip’, Moderne Kunst in Nederland 4 (1885-1887) [z.p.].
  • E. Wesly, ‘Henriëtte Ronner’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 3 (1893) 5, 349-364.
  • J. Gram, Henriette Ronner en hare katjes (Leiden z.j. [1891]).
  • A.T., ‘Henriette Ronner-Knip. †’, Wereldkroniek (13-3-1908).
  • F. Kuyvenhoven, De familie Knip. Drie generaties kunstenaars in Noord-Brabant. Tentoonstellingcatalogus Noordbrabants Museum, Den Bosch (Zwolle 1988).
  • H.J. Kraaij, Henriette Ronner-Knip 1821-1909. Een virtuoos dierschilderes (Schiedam 1998) [met uitvoerige bibliografie].

Illustratie

  • Henriette Ronner-Knip poserend in haar atelier. Uit: Kraaij, Henriette Ronner-Knip.
  • ‘De Snippermand’, gesigneerd ‘Henriette Ronner’, ca. 1878, olieverf op doek. Veiling Sotheby’s Londen, 9-3-2002, nr. 139.

Auteur: Hanna Klarenbeek

© DVN, een project van ING en OGC (UU). Bronvermelding: Klarenbeek Hanna, Knip, Henriette, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/RonnerKnip [12/01/2010]