Freek van den Berg werd geboren op 29 mei 1918 te Amsterdam. Als jongen trok Freek er met zijn veldezel en schilderskist op uit om te schilderen. Tegen de zin van zijn vader in, die niets zag in de toekomstplannen van zijn zoon als schilder, ging Freek toch zijn eigen weg. Hij verliet op zeventienjarige leeftijd het ouderlijk huis om vervolgens enkele maanden rond te zwerven op de Veluwe. Freek volgde geen opleiding aan een academie, maar zei zelf van wel honderd schilders les te hebben gehad. Hij keek naar ze, had veel contact met ze en vroeg naar hun mening en als er dan werd gezegd: “Dat heb je leuk gedaan”, dan was hij niet tevreden. Hij wilde horen wat er aan mankeerde, daar leerde hij van.  In 1938 debuteerde Freek bij “De Onafhankelijken” en exposeerde tot 1942 jaarlijks met deze vereniging in het Stedelijk Museum. Vanaf 1950 werkte Freek ook als kunstrecensent, o.a. voor het Vrije Volk, Het Parool en Vrij Nederland.

Hij bleef altijd zijn eigen stijl trouw en ging nooit met een bepaalde stroming mee.

Op 13 juni 2000 overleed Freek van den Berg onverwachts in zijn woonplaats Veessen, aan de IJssel

HET WERK
Freek van den Berg wordt ook wel “een der Laatste fauvisten van Nederland” genoemd. Het fauvisme, de Franse tak van het expressionisme, leunt zwaar op het gebruik van kleuren om uiting te geven aan de meest persoonlijke gevoelens van vreugde of wanhoop. Ook Freek liet het traditioneel kleurgebruik los. Als geen ander heeft hij kennis genomen van de wet van de complementaire kleuren en de toepassing

Freek deed alles onbewust. Wat hij wel bewust deed was overdrijven.”Kunst”, zei Freek: “begint bij overdrijving”.

“Het leven is wellicht mooier dan de kunst ” heeft Kees van Dongen zich eens laten ontvallen
en de eerste ” Fauve ” kon het weten, want hij heeft het leven geleefd.

Freek van den Berg, de laatste der ” Fauves ” en de enige consequente in onze schilderkunst,
leek zich voortdurend hetzelfde af te vragen. Maar in wezen is er geen verschil tussen
” Joie de vivre ” en Joie de peindre “, ze horen bij elkaar, de tweede is het gevolg van de eerste.

Het getuigt van karakter in deze tijd te getuigen van vreugde. Het exposeren van Freek van den
Berg lijkt op een eenmansactie om te bewijzen,dat hij maling had aan wat niet meer populair
is. De schilderkunst dood ? Dat dacht je maar ! En hij liet zien, dat het schilderen nog
springlevend is.

Freek van den Berg was een onverbeterlijke optimist : hij, die door een ironische speling van het lot
in het bezit was van een Hollands uiterlijk met bijpassende naam en een zuidelijk temperament.

De Franse schilderkunst en in het bijzonder het ” Fauvisme ” had hem al jong in de greep,
want calvinistische rechtlijnigheid en soberheid waren hem vreemd. Zijn natuurlijke ver-
wantschap heeft hij aan de geschiedenis getoetst en het resultaat is, na jaren , een synthese
van theorie en praktijk.
Wat neerkomt op een erkennen van zijn temperament en bijbehorende zaken als een ly-
rische romantiek en een zinnelijke erotiek, binnen de mogelijkheden van een figuratieve
schilderkunst die door pure kleur en de directe vorm wordt bepaald.

Die erkenning, gesteund door zijn vakmanschap leidt tot een vanzelfsprekende voortzetting
van het historische ” Fauvisme ” via de Brabantse bijdrage van Rick Wouters en Willem
Paerels vooral.

Want de uit Delft afkomstige, lyrische Paerels legde sterker nog dan de brutale van Dongen
uit Delfshaven het accent op Freek van de Bergs aangeboren en uitgebouwde kwaliteiten.
Kwaliteiten die van deze voortzetting een overtuigende nabloei maakten.

tekst naar Ed Wingen