Kruseman groeide op in Haarlem waar zijn ouders een winkel hadden in hoeden en kousen.
Hij kreeg een ambachtelijke scholing van Jan  Reekers, Nicolaas Roosenboom en Jan van Ravenswaaij. Na dit onderricht volgde een periode van reizen en verdere bekwaming.

B. C. Koekkoek, die een schildersacademie te Kleef had, wilde alleen af en toe raadgevingen aan Kruseman verstrekken. Een leerling van B.C. Koekkoek kan men Kruseman dan ook niet noemen. Vanaf de jaren veertig bracht hij zijn leven voornamelijk in Brussel door.

Deze stad kende een belangrijke Nederlandse schilderskolonie. Brussel vervulde een internationale functie met betrekking tot de kunst. De stad was voor kunstenaars uit Europa,  dankzij de onzekere politieke situatie in Frankrijk, een stabiel alternatief voor Parijs.

Kruseman leidde er echter een solitair bestaan. Correspondentie met collega-schilders ontbreekt. De familiebanden reduceerde hij tot een minimum. Het grootste deel van zijn leven, vanaf 1856 als vaste woonplaats, bracht hij door in het gewest Brussel, waar hij in de zestiger jaren zijn beste werk maakte.
F.M. Kruseman bleef zijn gehele carriere een romanticus.  Zijn leermeesters B.C. Koekkoek en N.J. Roosenboom waren hiervoor verantwoordelijk.
Hij woonde voornamelijk in Brussel en reisde in 1844 naar Parijs, maar keerde later weer terug naar Brussel.
Hoewel hij enige omgang had met andere Hollanders in Brussel, was hij toch zijn gehele leven een eenling, die weinig kontakt had met vakgenoten. Ook de handel en het grote publiek kenden hem slecht. Pas later, ver na zijn dood werd zijn talent algemeen erkend.

Frederik Marinus Kruseman
Painter of pleasing Landscape
M. van Heeteren en J. de Meere
Schiedam  1998.