Cornelis Springer was 1 van de echt grote meesters uit de negentiende eeuwse romantiek, beroemd vanwege zijn stadsgezichten.  Hij werd geboren in Amsterdam in 1817 in het huis Spui no.2.
Na de lagere school werd hij bij een huis-en rijtuigschilder in de leer gedaan, en kreeg lessen in bouwkundig tekenen en architectuur van zijn broer Hendrik. Zijn talent bracht hem op de Tekenschool waar hij les had van o.a. Herman ten Cate en J. van der Stok. Op 17 jarige leeftijd kon hij al prachtig naar de natuur schilderen.
In 1835 voegde hij zich in het atelier van Kaspar Karsen, een bekend schilder van stadsgezichten, die zijn leermeester werd.
Hij volgde aanvankelijk de opvattingen van de Romantiek, die hem gecomponeerde stadsgezichten deed schilderen.
In het jaar 1875 verloor hij grotendeels het gebruik van 1 oog en vanaf toen schilderde hij naar de werkelijkheid. Hij werkte vanaf die tijd in: Amsterdam, Alkmaar, Haarlem, Hoorn, Medenblik, Enkhuizen, Edam, Monnikendam, Naarden, Harderwijk, Elburg, Kampen, Zwolle, Makkum, Leeuwarden, Arnhem, Utrecht, Woerden, Oudewater, Gouda, Delft, Den Briel, Veere, en Middelburg.
In 1865 werd hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde. Hij was jarenlang voorzitter en secretaris van Arti et Amicitiae, waarvan hij in 1897 erelid werd.
In 1884 kreeg hij een ernstige beroerte, waarna hij nog weinig schilderijen afmaakt.

Springer, Cornelis – Laanstra, Willem.    Cornelis Springer. Geschilderde steden. Amsterdam, Kunstwerk/Rokin Art Press, 1994. Cloth, ills. d/w, 30,5 x 22 cm., 160 pp..