Guillaume Cornelis Beverloo, beter bekend als Corneille  (1922-2010)

Corneille werd op 3 juli 1922 geboren in het Belgische Luik. Toen hij twaalf was verhuisde zijn gezin terug naar Nederland. Hij leerde zichzelf schilderen en volgde tussen 1940 en 1942 kunstcursussen aan de Amsterdamse Academie. In 1946 exposeerde hij voor het eerst in Groningen.

Met Karel Appel trok hij naar Parijs en op zijn 26e richtten ze daar samen met de Belgen Christian Dotremont en Joseph Noiret en de Deen Asger Jorn de kunstbeweging Cobra op. Die werd na drie jaar op het hoogtepunt, volgens Corneille, opgeheven.

Corneille vestigde zich definitief in Parijs en kende na Cobra nog drie perioden. De eerste was zijn lyrische, abstracte periode, daarna deed hij landschappen, geïnspireerd door reizen naar Afrika.

Zijn derde periode viel hij terug op figuratie. Vogels, bloemen en vrouwen kwamen steeds terug in felle en vrolijke kleuren.

Bij het grote publiek werd hij met die stijl bekend, zeker nadat hij commerciële opdrachten aannam, zoals het bedrukken van pennen en stropdassen. Dat laatste werd hem in kunstkringen niet altijd in dank afgenomen.

Corneille bleef tot zijn dood kunst maken.

Met Appel, Constant, Rooskens en Wolvecamp was Corneille Guillaume van Beverloo medeoprichter van de Nederlandse Experimentele Groep (1948), die later dat jaar opging in de CoBrA-groep. In 1950 vestigde Corneille zich in Parijs, waar hij deelnam aan verschillende tentoonstellingen.

Een jaar later ondernam hij een reis naar de Sahara. De diepe indruk die de eerste kennismaking met de woestijn achterliet, vond zijn neerslag in een reeks schilderijen waarin de aarde werd afgebeeld als een door de zon verschroeid lichaam van zand en steen waarop slechts enkele dier- en plantsoorten overleefden. Corneille trok in de daarop volgende jaren nog verder naar Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Midden-Afrika. In zijn doeken, vaak landschappen en steden gezien vanuit ‘vogelperspectief’, kwam meer beweging door de versterking van kleur-contrasten en compacte vormen.

Vanaf de late jaren zestig krijgt Corneille’s werk (schilderijen, gouaches en tekeningen) een figuratiever karakter en treden de grote kleurvlakken op de voorgrond. In een lyrische stijl, die hij niet meer verlaten zal, verhaalt de schilder van wat hij gezien en meegemaakt heeft en schildert visioenen van tropische landschappen en tuinen, bevolkt door planten, dieren en vrouwen.

Inmiddels is Corneille uitgegroeid tot één van de populairste Nederlandse schilders van zijn tijd en geniet zijn werk een grote internationale bekendheid.

Corneille is de schilder van het volle leven. In zijn paradijselijke tuinen geven vrouwen in hun natuurlijke staat zich over aan de verrukkelijke strelingen van de zon die als een toverbal van kleur verschiet, terwijl de beweeglijke vogels af en aan vliegen en neerstrijken op de golvende lichamen van de zonnegodinnen. Corneille is een vrije vogel. Hij vliegt waarheen hij wil, naar Afrika, Mexico, Cuba of Z.O. Azie, maar altijd naar het zomerse land van de liefde dat hij moeiteloos vindt Tijdens het belangrijkste avontuur van Cobra, dat in 1948 in Parijs begon en in 1951 in zijn geboortestad Luik eindigde, gaf hij de kleur en de vorm vrijheid die ze nodig hebben om te overleven.
Want experimenteren betekent leven en Experimentele Kunst is levende kunst.