Bart van der Leck, in Utrecht geboren op 26 november 1876, begon als glazenier maar ging al gauw over naar de schilderskunst. Hij kreeg in 1898 een stipendium om aan de kunstacademie in Amsterdam te studeren. Aanvankelijk stond hij onder de invloed van Isaac Israëls en schilderde hij vooral taferelen uit het dagelijkse leven. Na zijn opleiding maakte zijn aanvankelijk realistische stijl geleidelijk plaats voor de monumentale en moderne schilderkunst.

Van der Leck had in het begin van de 20e eeuw al vakanties doorgebracht in het Gooi. In 1907 huurde hij in Blaricum voor vier maanden een kamer in een boerderij. Hij bezat niet meer dan een schilderskistje en wat kleding. In die paar maanden zocht hij geen contact met andere schilders of wereldhervormers die daar waren neergestreken. Ook storrte hij zich niet in het gezelligheidsleven bij Hotel hamdorff, in tegenstelling tot zijn collega’s. Daarna woonde en werkte hij tussen 1908 en 1916 in Utrecht, Amersfoort en Soesterberg (1910-1915) en in Den Haag. Maar ook in die tijd zal hij laren en Blaricum bezocht hebben. In 1912 sloot hij een contract met de kunstbeschouwer H.P. Bremmer die hem in ruil voor zijn werk een maandelijkse toelage gaf.
In 1914 zocht hij een geschikt atelier voor het maken van een glas-in-loodraam en dacht hij aan het atelier ‘De Zonnebloem’ van Antoon Derkinderen in Laren. Hij schreef hem een brief maar Derkinderen kon hem niet helpen.
Hij week toen uit naar het glasatelier van Heinrich Geuer in Utrecht waar hij aan het einde van de 19e eeuw als leerling had gewerkt. In 1916 ging hij in Laren wonen en huurde het huis ‘De Boschhoek, een van de vele ateliervilla’s die in het begin van die eeuw in Laren werden gebouwd. Het is bekend dat hij rond 1917 bijna dagelijks zijn vriend en collega Mondriaan zag. Mondriaan had in Van der Leck een man van streven in dezelfde richting
gevonden. Mondriaan en Van der Leck stonden met hun werk alleen. Ze gingen wel om met de Larense schilders, van wie ze sommigen nog uit hun academietijd kenden, maar hun werk werd niet echt gewaardeerd.
In 1919 verhuisde Van der Leck hij naar Blaricum, Eemnesserweg 34. Op enige afstand van zijn huis op de    Schapendrift 64, bouwde hij later voor zijn dochter een nieuwe, zeer moderne, atelierwoning waarin hij zijn ideeën uitleefde. Kort daarop keerde hij terug naar zijn ‘oude stijl’ en maakte hij weer herkenbare composities en verliet daarmee ook ‘De Stijl’.

Van der Leck was nog theoreticus, nog mysticus. Hij was geen anarchist of communist, maar wel een bewogen idealist die geloofde in een ‘nieuwe kunst’. Hij verdiepte zich wel in nieuwe godsdienstige stromingen als de Soefibeweging en rond 1920 in de leer van Krisjamurti. Verder stond hij niet negatief tegenover maatschappelijke en sociale experimenten wat uit het feit blijkt dat hij zijn kinderen naar de Humanitaire school vabn Prof. van Rees stuurde. Een voor die tijd revolutionaire onderwijsinstelling die was ontsproten uit de Blaricumse christen-anarchistenkolonie.

Van der Leck was samen met onder andere Piet Mondriaan een van de oprichters van “De Stijl” (1917). Hij was lid van de Vereniging van Beeldende Kunstenaars Laren-Blaricum.
Werken zijn aangekocht o.a. door Museum of Modern Art in New York, Het Musée d’Art Moderne de la ville de Paris, De Tate Galery in Londen, het Museum te Grenoble, het Wilhelm-Hack Museum te Ludwigshafen, het IVAM te Valencia. Verder heeft het privé museum Insel Hombroich bij Neuss een rijke verzameling van Van der leck’s werken opgebouwd. Het Kröller -Müller museum heeft 42 schilderijen en ca . 400 tekeningen in bezit.
De economische expansie van Van der Leck’s carrière werd sterk bepaald door het dienstverband met het dienstverband met de Kröller-Müllers en de direct daarmee in verband staande bemiddeling van H.P. Bremmer.
Bremmer bepaalde tot vanaf 1933 aan welke klanten het merendeel van zijn schilderijen en tekeningen werden verkocht. Totdat de Haagse kunsthandelaar Nieuwenhuizen Segaar het werk van Van der Leck ging vertegenwoordigen.

Van der Leck overleed in Blaricum op 13 november 1958.

Tekst:  De Valk Kunstbemiddeling  Laren

Leck, Bart van der – Oxenaar, R.W.D. & E.L.L. de Wilde Bart van der Leck 1876-1958. Otterlo/Amsterdam, Rijksmuseum Kröller-Müller/ Stedelijk Museum Amsterdam, 1976. Catalogue, ills.  wrappers, 27,5 x 21 cm., 80 pp. text in Dutch and English with (col.) ills..

Leck, Bart van der – Bremmer, H.P. Beeldende Kunst onder redactie van H.P. Bremmer.
Zevende Jaargang aflevering 2. Utrecht, Scherjon, 1919. Illus. wrappers, 35 x 25,5 cm., unnumb. pp. text in Dutch with b/w plates. Contributions on Bart van der Leck.

LECK, BART VAN DER – Bart van der Leck, tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum Amsterdam, cat 204, 1959. Gen., ongenummerde pp., zw/w illustraties.

LECK, BART VAN DER – T. van Kooten (red.), Bart van der Leck: een toepassend kunstenaar.
Uitgave t.g.v. gelijknamige tentoonstelling Kroller-Muller Otterlo, 1994 en Kunstmuseum Wolfsburg Duitsland, 1995. Geb., 215p., 215 tentoongestelde werken in kleur en zw/w afgebeeld.
Voorwoord E.J. van Straaten.