Akkeringa werd geboren in Banka in Indie. Hij was leerling van de Academie in Rotterdam en Den Haag.
Het werk van Akkeringa kan makkelijk worden herkend aan zijn vrolijke natuur en vakkundige compositie.

De vader van Akkeringa was ingenieur bij de tinmijnen in het toenmalige Nederlands Indië, zijn moeder was een inlandse. Na de dood van zijn vader reisde de 6-jarige zonder moeder, maar vergezeld door zus en broer naar Den Haag,  waar de meeste ex-kolonialen zich vestigden. Toen hij 17 was, begon hij zijn opleiding aan de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten en sloot daar voor de rest van zijn leven vriendschap met zijn geestverwant, de impressionist Willem de Zwart met wie hij in de nasleep van de Haagse School tot de bekendsten van de jongere generatie zou gaan behoren. Tot hun nauwe kring behoorden eveneens de schilders Tholen en de ook uit Nederlands-Indië afkomstige Arntzenius.

In Den Haag werkte Akkeringa vaak in de duinen en maakte er sfeervolle taferelen van wandelende en van de rust genietende mensengroepjes, vaak met kinderen in hun gezelschap. Ook had hij een voorkeur voor het maken van op het oog achteloos uitgevoerde, maar in wekelijkheid zeer verfijnde bloemstillevens.

In het werk van de kunstenaars Akkeringa en de eveneens uit Nederlands-Indië afkomstige Toorop, zag de vermaarde kunsthandelaar Van Wisselingh overeenkomstige kwaliteiten, die hij dusdanig kenmerkend vond voor hun andere, Indische geest dat hij deze twee kunstenaars vaak gezamenlijk pleegde te exposeren.
Zijn werk hangt bij Hollandse collecties in het Kroller Muller museum, Haags gemeente museum en Boymans van Beuningen.

tekst: Christies

Anoniem, ‘Iets over onze hedendaagse Schilders’, Broese’s Almanak van iedereen (1903), p. 99-100
J.S[lachter], ‘Akkeringa 70 jaar.[Eeretentoostelling in ‘Pulchri’],Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 83 (1932),p.219-220
C. Veth,’J.E. Akkeringa 1862-1942′, Maandblad voor beeldende kunsten 19 (1942), p.156-162
J. de Gruyter, De Haagse School, deel 2, Rotterdam 1969, p. 92-93
A.Wagner,’J.E.H. Akkeringa. Begaafd schilder van zijn directe omgeving ‘, Antiek 29 (1995) ,p.2-16
A.W. Timmerman , ‘ J. Akkeringa’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift 11 (1901), p. 298- 307
A.W. Timmerman , Jan Akkeringa , Amsterdam 1912 [Hollandsche schilders van deze tijd]
G.H.Marius,De Hollandsche schilderkunst in de negentiende eeuw ,’s-Gravenhage 1920, p. 204,263
Chr.Wright, Paintings in Dutch Museums, London 1980, p.5
A.B.G.M.van Kalmthout, Muzentempels.Multidisciplinaire kunstkringen in Nederland tussen 1880 en 1914, Hilversum 1998, p..292,352,444
J.F.Heijbroek en E.L.Wouthuysen, Portret van een kunsthandel.De firma Van Wisselingh en zijn compagnons 1838-heden, Zwolle 1999, p.83 en passim
J.Versteegh, ‘Verandering tot die richting beteekent voor mij :zelfmoord’. De kentering in de eerste tien jaren van Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift’, De Boekenwereld 20 (2003-2004), p. 150
Bram Huijser, Nederlandse boekband-, boekomslag- en stofomslag-ontwerpers 1890-1940 (typescript, 2004)
S.de Clercq, ‘Tuin en Duin:Schilder van de huiselijke sfeer’.Johannes Evert Hendrik Akkeringa (1861-1942) ,Folder Wintertentoonstelling,Christie’s Amsterdam 6/14-1-2005