HAANEN, Adriana Johanna (geb. Oosterhout 15-6-1814 – gest. Oosterbeek 8-10-1895), bloemen- en stillevenschilderes. Dochter van Casparis Haanen (1778-1849), kunsthandelaar, restaurateur en schilder, en Isabella Johanna Sangster (1777-1835?). Adriana Johanna Haanen bleef ongehuwd.

Adriana Johanna Haanen groeide op als vierde kind en tweede dochter in een gezin van in totaal zes kinderen. Twee jongere zusjes zouden de volwassen leeftijd niet bereiken. Het gezin woonde enkele jaren in Adriana’s geboorteplaats Oosterhout en vertrok vervolgens – voor of in 1816 – naar Utrecht, om zich in 1830 in Amsterdam te vestigen. Net als haar broers George Gillis (1807-1879/1881) en Remigius Adrianus (1812-1894), en haar zuster Elisabeth Alida  (1809-1845) kreeg Adriana haar eerste schilderlessen van haar vader Casparis Haanen, die zelf vooral genrestukken en kerkinterieurs schilderde.

In Amsterdam ontwikkelde Adriana Johanna Haanen zich tot een succesvol en productief bloemen- en stillevenschilderes, wier stijl door tijdgenoot Kramm omschreven wordt als ‘bevallig en van een uitvoerige, malse behandeling’ (Kramm, 619). Tussen 1841 en 1892 was haar werk te zien en te koop op de vele tentoonstellingen van Levende Meesters die vanaf 1808 in Amsterdam, en later ook in Den Haag en andere Nederlandse steden, werden georganiseerd. Tevens exposeerde Adriana op tentoonstellingen in Parijs, Bremen, Antwerpen en Brussel. In 1855 werd zij lid van kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae in Amsterdam.

Lange tijd bleef Amsterdam de woonplaats van Adriana Johanna Haanen, met een onderbreking in de jaren 1846-1848, toen zij volgens verschillende catalogi van Levende Meesters in Ouderkerk aan de Amstel woonde. Rond 1862-1863 verliet zij de hoofdstad definitief en vestigde zij zich in Oosterbeek, waar zich vanaf ongeveer 1840 een kunstenaarskolonie had gevormd. Hier woonde sinds 1853 ook Maria Vos  (1824-1906), een bevriend schilderes met wie Adriana aan de Weverstraat een huis zou delen. Voor de verkoop van haar werk bleef Adriana gebruik maken van de grote landelijke en internationale tentoonstellingen. Daarnaast hadden Maria Vos en zij een netwerk van kopers en opdrachtgevers, van wie sommigen, zoals Johannes Kneppelhout en C.P. van Eeghen, in (de omgeving van) Oosterbeek een buitenplaats hadden. Ook gaf Adriana in Oosterbeek teken- en schilderles. Een van haar leerlingen was de schilderes Anna Abrahams (1849-1930) die in Oosterbeek op kostschool zat.

In 1870 hadden Adriana Johanna Haanen en Maria Vos kennelijk zo veel verdiend dat ze in Oosterbeek een huis konden laten bouwen, Villa Grada. Hier werkten en woonden zij tot Adriana in 1895 op 81-jarige leeftijd stierf. Zij werd begraven op het kerkhof van de St. Bernulphuskerk te Oosterbeek.

Het werk van Adriana Johanna Haanen werd door haar tijdgenoten zeker gewaardeerd. Dit blijkt niet alleen uit de aanzienlijke prijzen die zij op de tentoonstellingen van Levende Meesters voor haar schilderijen kon vragen, soms wel oplopend tot vijftienhonderd gulden, maar ook uit de verschillende onderscheidingen die zij voor haar werk kreeg. Zo werd zij in 1845 erelid van de Koninklijke Academie in Amsterdam en kreeg zij in 1862 voor haar schilderij ‘Julij rozen’op de Amsterdamse tentoonstelling van Levende Meesters de gouden medaille. Al tijdens haar leven werd haar werk opgenomen in grote verzamelingen, zoals die van koning Willem II en de collectie van het Rijk. Vandaag de dag bevinden de schilderijen van Adriana Johanna Haanen zich onder meer in het Amsterdams Historisch Museum, in Museum Willet-Holthuysen, in het Rijksmuseum en bij het Instituut Collectie Nederland, alle gevestigd te Amsterdam.

tekst:  http://www.inghist.nl/