VERNISSEN:

Het vernis is de laatste laag  op een schilderij. Het bestaat uit opgeloste harsen, lijmen, gommen, eiwit en drogende oliën. Het vernis geeft de verflaag, diepte, glans, helderheid of matheid. Ook werkt het tot op zekere hoogte als beschermingslaag tegen oppervlakte vervuiling en atmosferische invloeden. Door vervuiling en veranderingen binnen de vernislaag, verdwijnen geleidelijk aan vormen en veranderen kleuren.  Afhankelijk van het type vernis en de vervuilingsgraad zal ieder schilderij om de 30 – 50 jaar professioneel moeten worden gereinigd en van een nieuwe vernislaag moeten worden voorzien.

Het ideale schilderij-vernis moet voor langere tijd doorzichtig en kleurloos zijn en voldoende elasticiteit hebben en behouden.
Daarnaast moet het een bescherming voor de verflaag betekenen en in verouderde toestand, indien noodzakelijk met een licht oplosmiddel kunnen worden verwijderd.

Vernissen kunnen als volgt worden onderverdeeld:
Olievernis,   Olie-harsvernis,    Eiwitvernis,    Harsessencevernis,
Alcoholvernis,    Was-harsvernis,    Kunstharsvernis.

Voor niet professionele doeleinden wordt tegenwoordig vaak  ook Spuitbusvernis van Talens gebruikt, 3 soorten t.w.:
Mat, Glossy en Retoucheervernis. Te koop bij elke schilders-benodigdheden winkel.

Voor professionele vernis uit de fles geldt:

Men neemt algemeen aan dat, vette vernissen (op oliebasis) bereid zijn met behulp van harde harsen, en dat magere vernissen (op essencebasis) bereid zijn met zachte harsen. De duurzaamheid hebben de oude meesters genoeg bewezen met de vette vernissen, maar men moet wel toegeven dat de zachte vernissen veel gemakkelijker met penseel zijn te gebruiken, veel drogender en er vooral veel verleidelijker uitzien.

Retoucheervernis: Retoucheervernis is maar een lapmiddel.  Zij moet altijd in een verdunde vorm aangebracht worden en is in sommige gevallen noodzakelijk. Zij kan als tijdelijke vernis dienst doen. Zij is bedoeld om het ‘inschieten’ tegen te gaan en het overschilderen te vergemakkelijken. De retoucheervernissen uit de winkel hebben een hoog hars gehalte. Men gebruikt hen nooit puur, maar verdunt men het met 5 of 6 maal zoveel essence in volumedelen. Met Venetiaanse balsem is een zeer goede vernis te maken ) Zolang een doek niet helemaal droog is, mag
er nooit slotvernis overheen gestreken worden, dat wil zeggen
een vernis, die te dik is door te veel harsen, wat vaker
gebeurt, olie bevat. Wanneer ze op een onvoldoende door
gedroogd doek wordt gestreken, verdraagt een vernis van dit
type niet alleen het drogen van de verfmassa, maar zelfs blijft
ze eindeloos kleven.

Slotvernis: Vroeger gebruikte men een harde vernis (hars
gekookt in een drogende olie), die met de palm van de hand over
het gehele oppervlak van het schilderij dun werd uitgestreken.
Tegenwoordig gebruikt men zachte vernissen, om de kleur
niet te veranderen. Zij vergelen minder en zijn gemakkelijker
te verwijderen. daarentegen hebben ze veel minder weerstand
tegen vocht.
Bescherming met was na slotvernis: Om de zachte vernislaag van vocht te beschermen is het raadzaam het met een dunne laag was te bedekken. (Carnaubawas is beter dan bijenwas) als de slotvernis goed droog is.

Zie voor speciale fluorescerende vernis  UV licht-de blauwe lamp.