Heden (2002) is in Scheveningen weinig over van wat de schilders belangrijk vonden. De Patat cultuur heeft het dorpsbeeld volledig verandert.  Wat er wel nog is: Op de eerste plaats de zee, in al zijn kleuren grijs. En het door de vochtige zeelucht gefilterde licht en natuurlijk het strand en de duinen in hun enorme verscheidenheid aan kleur,

In Scheveningen, in de laatste decenia van de 19de eeuw,  ontmoetten de Haagse schilders elkaar graag op het terras van Hotel  Zeerust, aan de boulevard. De meesten legden bij voorkeur het harde vissersleven vast.
Mesdag maakte in zijn schetsboekje vaak niet meer dan wat
krabbeltekeningen en werkte die dan later, thuis in zijn atelier, uit
tot prachtige schilderijen, waarin hij de kleuren grijs van de lucht en het water precies wist te raken. Blommers maakte er zijn bekende strandgezichten. Sadee schilderde er de vissersfamilies op het strand of in het duin.

Anton Mauve en ook Jan de Jonge schilderden op het terras van
Zeerust ook wel de zonnige kant van de badplaats in ontwikkeling. Josef en Isaac Israels waren er vaak te vinden.
Bosboom logeerde zelfs in Zeerust. Hij schilderde er de bomschuiten,  zoals die met paarden het strand op getrokken moesten worden. Scheveningen had in die tijd nog geen haven.
Zelfs de stadsschilders Kasper Karssen en Floris Arntzenius maakte er diverse strandgezichten. Gerard v.d. Laan schilderde er vaak de bomschuiten. S.L. Verveer was een van de eerste schilders van Scheveningen.

Zeerust is er nog. Het voormalige Grand Hotel, aan het einde van de Keizerstraat vlakbij de Oude Kerk van Scheveningen, is danig in verval en wordt momenteel bewaakt door een anti-kraakploeg.
Het strand, de duinen en de zee zijn er gelukkig ook nog.

Maar als je naar het Panorama van Mesdag gaat en dus het oude Scheveningen vergelijkt met het heden, is er verder weinig bewaard gebleven.

Oktober 2002

Literatuur:

Scheveningen door Sarah de Clerq