In de negentiende eeuw volgden Duitse romantische schilders de Rijn naar Oosterbeek. Daar vervaagden hun romantische gevoelens en lieten zij zich inspireren door het oeuvre van zeventiende eeuwse panoramaschilders als Jan van Goyen (1596-1656) en Salomon van Ruysdael (1600-1670).

Zij trokken wat betreft stijl  naar de traditionele landschapsschilders. In de zeventiende eeuw trokken schilders er op uit om schetsen te maken van de omgeving, maar pas in hun atelier werkten zij deze uit. In de negentiende eeuw daarentegen zetten de kunstenaars hun schildersezel daadwerkelijk in het veld op, om direct de omgeving op linnen te zetten. In deze tijd ontstonden ook de ‘schilderpaden’, die dwars door Oosterbeek langs de mooiste plekken en panorama’s leidden. Deze paden zijn er nog steeds.

Oosterbeek behoort samen met het ernaast gelegen Wolfheze, tot de oudste kunstenaarsdorpen in Europa. Al in de veertiger jaren van de 19de eeuw woonden er een groepje romantische schilders, waaronder F.H. Hendriks en J. Cremer.
In de jaren 50 en zestig zochten de schilders er hun collegas, verenigd rond J.W. Bilders. In Oosterbeek ontdekten ze de natuur en dwaalden er in de buurt rond met hun schildersezels.
In Oosterbeek ontdekten zij het plezier en noodzaak van het bestuderen van de natuur. Bovendien was het leven er aanzienlijk goedkoper dan in de grote stad.

De schilder  Johannes Warnardus Bilders verkeerde graag aan de Veluwerand in de omgeving van Oosterbeek en Wolfheze. Als laatromanticus vond hij daar onderwerpen te over die hem in staat stelden de nietigheid van de mens tegenover de machtige woudreuzen, een romantisch gegeven bij uitstek, gestalte te geven.
Zijn schildertrant met een wat lossere verftoets week echter duidelijk af van die van typisch Romantische schilders als Schelfhout en B.C. Koekkoek. Daarbij had hij een open oog voor het werk van de schilders van Barbizon, dat hij in 1860 had bezocht.
In Oosterbeek voegden jongere schilders als Gabriel, Mauve, de drie Marissen en De Haas zich bij hem. Van de kring van schilders die rondom Bilders ontstond, maakte ook zijn zoon Gerard deel uit.
Toen steeds meer schilders het dorp kwamen bezoeken sprak men al snel van het Nederlandse Barbizon. Aanleidingen om romantische natuurtaferelen af te beelden bood de omgeving genoeg.
Toch verdwenen de romantische elementen meer en meer uit de werken die tot stand kwamen. Voor een werkwijze waarin de realiteit van alle dag de aandacht kreeg, werd langzamerhand de weg gebaand.

Na 1870 vestigden de meesten zich weer in de stad, waar velen furore zouden maken binnen de Haagse school.
Rond 1900 kreeg Oosterbeek een nieuwe impuls.

Een korte wandeling door Oosterbeek.

We passeren Villa ‘Grada’ waar Maria Vos (1824-1906), samen met de bloemenschilderes Adriana Haanen (1914-1895), tot haar dood woonde. Zij maakte faam met prachtige, gedetailleerde stillevens.  We rijden langs de monumentale gemeentelijke begraafplaats, waar de schildersechtparen Bilders en Münninghoff begraven liggen, evenals de kunstenaar Jacob van Lennep. Via De Zomp, waar dankzij waterbronnen zeldzame vogelsoorten als de ijsvogel zich nestelen, bereiken we het kerkje.

Als we vanaf de parkeerplaats om Romaanse kerkje kerk heen zijn gelopen, zien we meteen wat de schilders geïnspireerd moet hebben. Over de uiterwaarden heen zien we de Rijn ver onder ons door het landschap lopen. We zien de ‘hoge luchten’ –kenmerkend voor de latere Haagse school- met prachtige wolkenlagen. Het groen van de weilanden wordt onderbroken door verschillende bossages, waartegen de kleuren van de kerkelijke moestuin scherp afsteken. Oranje pompoenen, kleurige heesters en blauwe bloemen van kruiden geven onwerkelijke contrasten. De geur van lavendel roept weer directe associaties op met ‘het Gelderse Barbizon’.

De verschillende bronnen die in Oosterbeek voor prachtige tafereeltjes zorgen, met overhangende treurwilgen en wilde grasranden, doen water over de wandelpaden stromen. Vandaar dat sommige stukken van de schilderspaden overdekt worden door houten plankiers. Wij gaan langzaam richting landgoed De Hemelsche Berg. Een robuust na-oorlogs pand staat op de plaats waar ooit een prachtig landhuis stond. ‘In 1848 kocht Jan Kneppelhout dit landgoed. Het landhuis dat hier stond is in de oorlog verwoest, helaas. Maar de bewoner heeft veel gedaan voor de ontwikkeling van schilderkunst.’ Het landgoed van dichter/schrijver Jan Kneppelhout fungeerde als een sociëteit voor kunstenaars. Hij wilde kunstenaars van zijn tijd inspireren en stimuleren en steunde hen daartoe ook financieel. Aan de voet van De Hemelsche Berg zien we verschillende negentiende eeuwse buitenplaatsen. ‘Villa Rosenhage werd bewoond door het echtpaar Bilders. Kneppelhout bood hen de mogelijkheid hier te wonen en zich te concentreren op hun kunst.’

De Westerbouwing heeft een terras op het hoogste punt van Oosterbeek. Vanaf dit punt zien we stroomopwaarts, langs de Rijn, Arnhem liggen. De toren van de Eusibiuskerk is duidelijk herkenbaar. ‘Ook hier hebben natuurlijk veel schilders hun ezels neergezet. Wij hebben een werk van Louis Apol (1850-1936) gehad, ‘Gezicht op Arnhem’, waarop je ook vanuit deze hoek de kerk ziet liggen. Maar dan zo’n honderd jaar geleden.’

Bezoekende schilders waren:

B.C. Koekkoek
H. v.d. Sande Bakhuyzen
A.J. Couwenberg
F.H. Hendriks
J.W. Bilders
C. Lieste
Claas Meiners
Charles Rochussen
Louwrens Hanedoes
Jan Weissenbruch
Willem Roelofs
J.H. Weissenbruch
J. van Koningsveld
Josef Israels
G.J.W. van Borselen
Maria Vos
J.J. Cremer
Paul Gabriel
H.D. Kruseman van Elten
Hendrik Mesdag
G.H.J. de Haas
L.C. Sierig
J. v.d. Sande Bakhuyzen
W.F. Nakken
Jacob Maris
David Artz
Marie van Bosse
Anton Mauve
Gerard Bilders
Matthijs Maris
F.C. Sierich
F.H. Kaemmerer
Wouter Verschuur
Willem Maris
H.A. v. Ingen
Louis Apol
Theopile de Bock
Charles Dankmeijer
Louis van Soest
Antoon Markus
Xeno Munninghoff
Barend Ferwerda


In Oosterbeek is gevestigd de Kunsthandel Albricht.