ONDERHOUD
Zonder enige vorm van onderhoud gaat een schilderij snel achteruit. Het probleem is alleen dat je dat niet direct ziet. Bij een dagelijkse aanblik zie je niet dat het vervuilt, slap gaat hangen, breuken en craquelé gaat vertonen, of erger.
Men zou een doek eigenlijk elke 25 jaar even aan en goede restaurator moeten tonen om te horen of preventief of curatief onderhoud nodig is,  zeker in een omgeving waar veel gerookt wordt, waar het doek tegen een vochtige muur hangt, of aan sterk wisselende temperaturen en relatieve vochtigheid blootgesteld is.
Maar zelf onder de meest ideale omstandigheden, zoals in musea, zou een schilderij na 75 jaar een grote onderhoudsbeurt moeten krijgen. Inspectie van alle onderdelen is nodig: op vervuiling, schimmel, uitwerpselen van vliegen,eventuele houtworm in de lijst, doekspanning etc. Zeker zal het vernis vervangen moeten worden. Na zoveel jaren is vernis sterk verhard en is poreus geworden zodat het zijn beschermende werking heeft verloren. Het is dan soms moeilijk op te lossen voor een totale verwijdering.
Over het algemeen zal het linnen van een schilderij na ca.150 jaar zijn sterkte en soepelheid hebben verloren. Er bestaat dan groot gevaar voor scheuren en excessieve craquelé-vorming. Ultraviolet licht en de aanwezigheid van zuurstof veroorzaken een chemische omzetting van de linnenvezel die maakt dat het doek niet goed meer op de temperatuur- en vochtwisselingen reageert en de nodige spanning niet meer kan opbrengen. Deze natuurlijke veroudering kan worden opgevangen door het doek te bedoeken (doubleren; soms foutievelijk verdoeken genoemd). Hierbij wordt een nieuw stuk  linnen doek met het oude linnen verkit -onder verhoogde temperatuur en vacuum- zodat de onstane ‘sandwich’ weer de nodige sterkte heeft. Na 150 jaar jaar zal ook dit ‘nieuwe’ linnen weer vervangen moeten worden; dit kan dan zonder schade gebeuren doordat alle restauratiehandelingen tegenwoordig omkeerbaar worden uitgevoerd.
tekst: Restauratieatelier Schooneveld

ONDERHOUD
Zonder enige vorm van onderhoud gaat een schilderij snel achteruit. Het probleem is alleen dat je dat niet direct ziet. Bij een dagelijkse aanblik zie je niet dat het vervuilt, slap gaat hangen, breuken en craquelé gaat vertonen, of erger.
Men zou een doek eigenlijk elke 25 jaar even aan en goede restaurator moeten tonen om te horen of preventief of curatief onderhoud nodig is,  zeker in een omgeving waar veel gerookt wordt, waar het doek tegen een vochtige muur hangt, of aan sterk wisselende temperaturen en relatieve vochtigheid blootgesteld is.
Maar zelf onder de meest ideale omstandigheden, zoals in musea, zou een schilderij na 75 jaar een grote onderhoudsbeurt moeten krijgen. Inspectie van alle onderdelen is nodig: op vervuiling, schimmel, uitwerpselen van vliegen,eventuele houtworm in de lijst, doekspanning etc. Zeker zal het vernis vervangen moeten worden. Na zoveel jaren is vernis sterk verhard en is poreus geworden zodat het zijn beschermende werking heeft verloren. Het is dan soms moeilijk op te lossen voor een totale verwijdering. 
Over het algemeen zal het linnen van een schilderij na ca.150 jaar zijn sterkte en soepelheid hebben verloren. Er bestaat dan groot gevaar voor scheuren en excessieve craquelé-vorming. Ultraviolet licht en de aanwezigheid van zuurstof veroorzaken een chemische omzetting van de linnenvezel die maakt dat het doek niet goed meer op de temperatuur- en vochtwisselingen reageert en de nodige spanning niet meer kan opbrengen. Deze natuurlijke veroudering kan worden opgevangen door het doek te bedoeken (doubleren; soms foutievelijk verdoeken genoemd). Hierbij wordt een nieuw stuk  linnen doek met het oude linnen verkit -onder verhoogde temperatuur en vacuum- zodat de onstane ‘sandwich’ weer de nodige sterkte heeft. Na 150 jaar jaar zal ook dit ‘nieuwe’ linnen weer vervangen moeten worden; dit kan dan zonder schade gebeuren doordat alle restauratiehandelingen tegenwoordig omkeerbaar worden uitgevoerd.
tekst: Restauratieatelier Schooneveld