Regelmatig gingen de schilders in de 19de en 20ste eeuw naar het dorpje Noorden, aan de Nieuwkoopse Plassen. Dit werd hun geheime uitvalsbasis om het onbedorven Hollandse landschap te schilderen. Wie hier nu gaat fietsen of varen, zit meteen middenin de Haagse School. Er is daar nog weinig verandert en met een beetje fantasie waan je jezelf een eeuw terug, kijkend naar wat de schilders toen schilderden.

“Ze gingen er soms samen naar toe”, Maar ze deden er naar buiten toe heel geheimzinnig over. Niemand mocht weten waar het was. Ze spraken er over in geheimtaal. Waar ze dan naar toe gingen, dat wisten alleen zij.  Roelofs en Weissenbruch gingen er ook bij slecht weer wel heen. Het pensionnetje waar ze dan logeerden, is afgebroken. Maar het café De Klinker aan de Voorstraat tegenover de kerk bestaat nog wel, evenals de molen van Noorden. De immense rust, het landschap met de rietvelden, het is er nog net als vroeger.

Van Weissenbruch is de uitspraak: “Wij leven van regen en zonneschijn en gaan met ons palet door de droge buien.” Hij zei ook: “In een schuitje zitten schilderen, een lekker pijpje in de mond, dat is schildersheerlijkheid.”
Boven de plassen bij Nieuwkoop zijn de oer-Hollandse wolkenluchten onveranderd sinds de schilders van de Haagse School er eind 19de eeuw neerstreken.
Ook voor Cornelis Vreedenburgh was Noorden een geliefde plek
Hij woonde er in een piepklijn huisje, waar een zuster zich over de huishouding ontfermde.
Aan Plasschaert schreef hij in 1911: En toen ben ik maar naar mijn oude land gegaan, Noorden, en het is hier mooi, maar toch veranderd. Het wordt mooier gemaakt met teer, verf en witkalk. Vroeger was hier alles zo de kleur van het weer.

Regelmatige bezoekers waren:

Weissenbruch
Willem Roelofs
Victor Bauffe
Arend J. v. Driesten
J.H. Kaemmerer
Aris Knikker
Jan Knikker
Toon Koster
Eldina Limburg Stirum
Cornelis Vreedenburgh
A.J. Zwart

In veel van hun werk kom je de polders en plassen rond Noorden tegen.