Naiëve kunst, Amateurschilderkunst of Instinctieve schilderkunst, vanaf 1880 In Europa en VS
De naïeve schilder wil een kunstwerk maken, een werkstuk dat geheel  beantwoordt aan de waarneembare werkelijkheid, ook wanneer hij even zijn verbeelding laat gaan.
Hij benadert zijn taak gevoelsmatig en intuïtief. Naïef zien  wie hier tegengesteld aan geschoold, die kunstenaar dus die zijn werk beschouwt als vrijetijdsbesteding, en die niet werkt aan de hand van academische beginselen  van perspectief, anatomie, kleurenkennis, stofuitdrukking is er een andere maatstaf.
Deze kunstenaar kent geen grenzen. Omdat hij scholing, opgelegd inzicht of zelfs talent mist, gaat hij de vooral technische problemen niet uit de weg. Hij overstijgt en doorbreekt ze of hij schakelt ze gewoon in en laat ze in zijn werk typisch en zelfs
aantrekkelijk zijn. Daarom bestaan er binnen de naïeve kunst geen echte scholen, althans geen nauw aflijnbare, doch alleen mensen, personaliteiten. Deze mensen werken volstrekt geïsoleerd. Ze worden alleen door de kunst- kritiek op een rijtje
gezet, soms tegen hun eigen wil. De naïeve schilder is iemand die bij uitstek voor zichzelf werkt, zelden exposeert, geen communicatie zoekt, noch een boodschap wil brengen. Hij observeert zijn onderwerp of beeldt het zich in en hij gaat
probleemloos aan het werk. Hij mist in ongeveer de helft van de gevallen technische habiliteit, maar hij omsingelt deze door een koppig doorzetten in vaak stuntelige vormgeving. Vandaar het aantrekkelijke, spontane, het soms een glimlachwekkende, het charmerende, het anekdotische karakter van dat soort werk. Bij naïeve kunst primeert het literaire, het anekdotische, maar dat wil daarom niet zeggen dat een groot aantal van deze kunstenaars, in het bijzonder degene die toch een zekere opleiding hadden, tot werkelijk aantrekkelijke composities komen, die ook plastisch een bijzondere waarde hebben.
De zogeheten primitieve kunst, die de kubisten met vlag en wimpel binnengehaald hebben, is eigenlijk en nog altijd een naïeve kunst, een natuurlijke, maar stuntelige weer- gave van een werkelijkheid, vaak met hevige gevoelsimpulsen gaande naar onderstrepingen of vervormingen, maar in een
concrete weer- gave natuurlijk, zuiver en echt.
Is het intussen niet vreemd en ook verhelderend dat een figuur als Rousseau, die men graag de ‘vader der naïeven’ noemt, deze naam en een bijzondere waardering genoot vanwege de toenmalige avant-gardeartiesten, de eerste kubisten van het begin van deze eeuw, uitgerekend ook kunstenaars die alle academisme of vakopleiding afzwoeren en zelfs wilden vernietigen ? Misschien kan ook de kunst van kinderen hier bijgeschakeld worden ? Omdat ook zij intellectuele vaardigheid, inzicht, scholing en afwerking missen
Een kunstvorm dus die geen grote paleizen haalt, die hoe stuntelig ook en wellicht  juist daardoor ook weer een e1gen tragiek en vaak dramatiek impliceert, maar vooral een kunst die voor de maker én voor het publiek voorkomt als een der
zuiverste uitingen van een artistiek geladen gemoed. Een kunst die het leven betrapt  in spontaneïteit en in blijheid.
Tekst:  Fernand Bonneure