De graveertechniek  komt voort uit de edelsmeedkunst en is ouder dan de etskunst. Ze berust op een puur mechanische werkwijze, waarbij de graveur met een puntig voorwerp (burijn) een voorstelling steekt, snijdt of krast in een staal-of koper plaat. Door de druk bij het graveren, dus de diepte van de snede te varieren ontstaan de verschillen in diepte en breedte van de lijnen en daarmee de toonverschillen.
Door de hardheid van het materiaal (koper of staal) kenmerkt de gravure zich door haar ietwat hoekig karakter. Net als de ets is de gravure een voorbeeld van diepdruk.