Op de eerste grote tentoonstelling van een groep schilders in 1905 in Parijs riep de criticus Vauxcelles bij het zien van zoveel
kleurenexplosies: ‘Donatello parmi les fauves!’ (Donatello temidden van wilde beesten). Hij doelde met deze uitspraak op een bronzen figuurtje in Italiaanse renaissancestijl dat in dezelfde zaal stond. Sindsdien noemde men deze schildersbeweging
Les Fauves = de wilde beesten.

Het Fauvisme was een korte maar heftige typisch Franse schilderstijl en een vervolg op het Nabisme. Het was vooral het heftige kleurgebruik, dat zich volkomen onafhankelijk maakte van de waargenomen werkelijkheid, waardoor de Fauvisten zich
onderscheiden van de Nabi’s. De kleuren werden naar subjectief gevoel door de kunstenaar gekozen om met deze kleuren vooral
schilderkunstig uiting te geven aan instinktieve, spontane en direkte stemmingen. Daardoor was het Fauvisme een vrij
optimistische kunst.

Het opvallendste beeldaspect van de Fauvisten werd de kleur. In het gebruik van zuivere kleuren (primaire, secundaire en
tertiaire kleuren) + zwart + wit gingen ze tot het uiterste: toonovergangen werden vermeden. Vormen werden vereenvoudigd, vaak door zwarte lijnen afgebakend. Voor wat de ruimte-suggestie betreft werd de perspectief verworpen of persoonlijk opgevat; vooral werd gebruik gemaakt van overlappen, verkleinen naar achteren en ook wel door kleurgebruik (rood, geel en oranje op  voorgrond; blauw en groen op achtergrond).

Onderwerpen waren landschappen, zee- en stadsgezichten maar ook mensen in de natuur of in de stad. Deze onderwerpen
hadden géén symbolische betekenis, maar dienden uitsluitend als uitgangspunt om tot een persoonlijke manier van schilderen
te komen.