Une vraie colonie artistique, zo noemde Eugène Boudin Dordrecht in een brief, ‘een echte kunstenaarskolonie’. Meer nog dan Amsterdam en Rotterdam werd Dordrecht in de 19de eeuw een echte lievelingsplek voor kunstenaars uit heel Europa. Bijna 300 schilders bezochten tussen 1850 en 1920 de stad.

In eerste instantie zijn het vooral de Engelsen die, in het voetspoor van William Turner, op zoek gaan naar de 17deeeuwse stad van Aelbert Cuyp.
In de tweede helft van de 19de eeuw kwamen de buitenlandse kunstenaars af op het pittoreske karakter van Dordrecht, een stad met huizen die, net als in Venetië en Amsterdam, letterlijk in het water staan en die aan alle kanten door het water omgeven is. ‘Dordt’stond ook bekend als een nog ongerepte stad waarvan de ‘horizon’ nog niet vervuild was door zware industrie.
Vele Engelse, Belgische, Franse, Duitse, Oostenrijkse, Scandinavische en Amerikaanse kunstenaars brachten in deze periode een al dan niet langdurig bezoek aan de stad. Van de kunstenaars Boudin, Corot, Daubigny, Hermanns, Jongkind, Liebermann, Luce en Whistler zijn werken bekend met de stad Dordrecht als onderwerp. Ook minder bekende kunstenaars als Blau, Boggs, Campbell Noble, Jettel, Jernberg, Lebourg, Skanberg en Vallée vonden hun weg naar het verstilde Dordrecht. De Franse impressionist Eugène Boudin die in 1884 een maand lang in Dordrecht verblijft, schrijft zelfs aan een vriend dat hij de stad ervaart als ‘une vraie colonie artistique’.

De stad en de rivier
Op 11 augustus 1899, komt de bekende Franse beeldhouwer Auguste Rodin naar Dordrecht: ‘Vanochtend’, zo schrijft hij in een brief, ,,heb ik de 17de eeuw niet verlaten, het is hier alles nog hetzelfde, het is Cuyp, Van Goyen, Salomon van Ruysdael, alles hetzelfde als toen, wat is dit mooi, wat moeten de mensen in Holland gelukkig zijn.

Tekst:  Dordrechts Museum