Craquelure is de grotere of kleinere scheur* of barst die op de meeste oude schilderijen min of meer opvallend aanwezig is.
Er bestaan 3 soorten craquelures naar gelang de oorsprong :
a) de ouderdomscraquelures
b) de jeugdcraquelures
c) de artificiële craquelures
Evenals ieder ander voorwerp is ook het schilderij van vergangelijke stof. Zeer vele invloeden doen het in de loop van
eeuwen op verschillende wijzen veranderen. Een van deze veranderingen zijn de craquelures.
Ouderdomscraquelure is de craquelure* die veroorzaakt wordt door het krimpen en uitzetten van de drager en die over het gehele schilderij voorkomt. Deze craquelure* treedt als normaal verouderingsverschijnsel op.
Men kan ook van late en vroege craquelure spreken. Daar de vroege scheuren in een nog week, elastisch materiaal ontstaan,
zijn zij in het algemeen grover en grooter dan de late, die in een broze, harde (uitgedroogde) stof te voorschijn komen. Hieruit
volgt, dat de jeugdcraquelure breed, de late relatief smal is.
Barsten
Wij kunnen de barsten indeelen in deze, die als normaal verouderingsverschijnsel optreden, d.z. de ouderdomsbarsten, en in die welke ontstaan door gebruik van slecht materiaal of door een verkeerde schildertechniek, d.z. de vroegtijdige barsten.
Dit in tegenstelling tot de craquelures, die gedurende het drogen van het schilderij, en in verband daarmee, ontstaan en die men dan “jeugd” verschijnselen zou kunnen noemen.
De vroege barst komt dus plaatselijk voor in tegenstelling tot de craquelure, die veroorzaakt wordt door ondergrond en plamuur, dat over het gehele schilderij, in ieder geval onafhankelijk van de penseelstreek, voorkomt.
Oorzaak en gevolg.
Bij het drogen van de verf vormt zich een plastische verffilm die bestaat uit polymere netwerken waarin de pigmentdeeltjes
vastgehouden worden. Deze netwerken ontstaan door reactie van zuurstof uit de lucht met de meervoudig onverzadigde
vetzuren in de triacylglycerolen van de drogende olie. De gevormde verffilm is echter niet stabiel en reageert verder onder
invloed van vocht uit het milieu. In feite wordt de verffilm weer afgebroken in de nu onderling verbonden vetzure delen en vrij
glycerol, dat verdampt. Omdat traditionele verf meestal rijk is aan lood, vormt zich gewoonlijk door reactie van de zuurgroepen van de overgebleven vetzure netwerken en de loodionen een zogeheten ionomeer netwerk. Dit proces leidt in vijftig tot honderd jaar tot een harde film, die bros is en craquelures gaat vertonen.
Afhankelijk van het type verf en milieuinvloeden kunnen ook de ionomere systemen onstabiel worden, waardoor de verzadigde vetzuren in de loop van de tijd in een vrije en mobiele toestand raken. Restauratoren zijn bij vernisafname of schoonmaak met oplosmiddelen zeer beducht om deze vetzuurcomponenten uit de verouderde verf van het schilderij te verliezen. Daarnaast kunnen de vetzuren naar het verfoppervlak bewegen, waar ze kristallen vormen die als witte uitslag zichtbaar zijn. Ook verdampen ze uit het schilderij en slaan ze neer op het glas dat tegenwoordig vaak wordt aangebracht vóór het schilderij.
Span- of spieraamcraquelé bestaat uit craquelévormen in de schilderlaag waarvan de ontstaansoorzaak samenhangt met het spanraam van het schilderij. De meeste schilderijen op textiele dragers vertonen bij nader onderzoek deze vorm van craquelé. Het betreft een enkele en soms meerdere craquelélijnen die gelijkmatig in een bepaalde afstand parallel aan de buitenkanten van het schilderij lopen. De lijnen bestaan uit een lange barst of uit vele fijne, dicht bij elkaar liggende craquelures. Deze vorm ontstaat niet door het aanliggen van het spanraam tegen het doek, maar doordat in deze strook onder invloed van het klimaat ongelijke spanningen optreden. Terwijl het spieraam alleen een smalle strook van de achterzijde van de textieldrager bescherming biedt, wordt de rest van het doek blootgesteld aan de inwerking van het klimaat.

Craquelure is de grotere of kleinere scheur* of barst die op de meeste oude schilderijen min of meer opvallend aanwezig is. 
Er bestaan 3 soorten craquelures naar gelang de oorsprong :
a) de ouderdomscraquelures b) de jeugdcraquelures c) de artificiële craquelures
Evenals ieder ander voorwerp is ook het schilderij van vergangelijke stof. Zeer vele invloeden doen het in de loop vaneeuwen op verschillende wijzen veranderen. Een van deze veranderingen zijn de craquelures.
Ouderdomscraquelure is de craquelure* die veroorzaakt wordt door het krimpen en uitzetten van de drager en die over het gehele schilderij voorkomt. Deze craquelure* treedt als normaal verouderingsverschijnsel op. 
Men kan ook van late en vroege craquelure spreken. Daar de vroege scheuren in een nog week, elastisch materiaal ontstaan,zijn zij in het algemeen grover en grooter dan de late, die in een broze, harde (uitgedroogde) stof te voorschijn komen. Hieruitvolgt, dat de jeugdcraquelure breed, de late relatief smal is. 
BarstenWij kunnen de barsten indeelen in deze, die als normaal verouderingsverschijnsel optreden, d.z. de ouderdomsbarsten, en in die welke ontstaan door gebruik van slecht materiaal of door een verkeerde schildertechniek, d.z. de vroegtijdige barsten. Dit in tegenstelling tot de craquelures, die gedurende het drogen van het schilderij, en in verband daarmee, ontstaan en die men dan “jeugd” verschijnselen zou kunnen noemen.De vroege barst komt dus plaatselijk voor in tegenstelling tot de craquelure, die veroorzaakt wordt door ondergrond en plamuur, dat over het gehele schilderij, in ieder geval onafhankelijk van de penseelstreek, voorkomt. 
Oorzaak en gevolg.Bij het drogen van de verf vormt zich een plastische verffilm die bestaat uit polymere netwerken waarin de pigmentdeeltjesvastgehouden worden. Deze netwerken ontstaan door reactie van zuurstof uit de lucht met de meervoudig onverzadigdevetzuren in de triacylglycerolen van de drogende olie. De gevormde verffilm is echter niet stabiel en reageert verder onderinvloed van vocht uit het milieu. In feite wordt de verffilm weer afgebroken in de nu onderling verbonden vetzure delen en vrijglycerol, dat verdampt. Omdat traditionele verf meestal rijk is aan lood, vormt zich gewoonlijk door reactie van de zuurgroepen van de overgebleven vetzure netwerken en de loodionen een zogeheten ionomeer netwerk. Dit proces leidt in vijftig tot honderd jaar tot een harde film, die bros is en craquelures gaat vertonen.Afhankelijk van het type verf en milieuinvloeden kunnen ook de ionomere systemen onstabiel worden, waardoor de verzadigde vetzuren in de loop van de tijd in een vrije en mobiele toestand raken. Restauratoren zijn bij vernisafname of schoonmaak met oplosmiddelen zeer beducht om deze vetzuurcomponenten uit de verouderde verf van het schilderij te verliezen. Daarnaast kunnen de vetzuren naar het verfoppervlak bewegen, waar ze kristallen vormen die als witte uitslag zichtbaar zijn. Ook verdampen ze uit het schilderij en slaan ze neer op het glas dat tegenwoordig vaak wordt aangebracht vóór het schilderij.
Span- of spieraamcraquelé bestaat uit craquelévormen in de schilderlaag waarvan de ontstaansoorzaak samenhangt met het spanraam van het schilderij. De meeste schilderijen op textiele dragers vertonen bij nader onderzoek deze vorm van craquelé. Het betreft een enkele en soms meerdere craquelélijnen die gelijkmatig in een bepaalde afstand parallel aan de buitenkanten van het schilderij lopen. De lijnen bestaan uit een lange barst of uit vele fijne, dicht bij elkaar liggende craquelures. Deze vorm ontstaat niet door het aanliggen van het spanraam tegen het doek, maar doordat in deze strook onder invloed van het klimaat ongelijke spanningen optreden. Terwijl het spieraam alleen een smalle strook van de achterzijde van de textieldrager bescherming biedt, wordt de rest van het doek blootgesteld aan de inwerking van het klimaat.