rt deco was een populaire stijlbeweging van 1920 tot 1939 die een weerslag had op de decoratieve en toegepaste kunst, bij zowel de architectuur, het grafische, industriële en interieurontwerp, als de beeldende kunst en kledingmode. De beweging was in zekere zin een mengelmoes van vele verschillende stijl- en kunststromingen uit de eerste decennia van de 20e eeuw.

Historie

Na de wereldtentoonstelling van 1900 in Parijs formeerde een aantal Franse kunstenaars een informeel collectief onder de naam “La Société des artistes décorateurs” (de sociëteit van de decoratieve vormgevers). Grondleggers waren o.a. Hector GuimardEugène GrassetRaoul LachenalPaul FollotMaurice Dufrene en Emile Decour. Het waren deze kunstenaars die een grote invloed zouden uitoefenen op de vormentaal van de art deco als geheel. De doelstelling was de leidende positie en ontwikkeling van de Franse decoratieve kunst te tonen aan de internationale wereld. In 1925 organiseerden zij in Parijs de wereldtentoonstelling met het licht op de toegepaste kunst onder de naam: “Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes” waarvan de kunsthistoricus Bevis Hillier later met het boek “Art Deco of the 20s and 30s” de term “art deco” afleidde.

Het was de eerste tentoonstelling die artistieke vernieuwing als voorwaarde in zijn reglementen had opgenomen, wat leidde tot een keur aan nieuwe stijlelementen. Er ontstond ook een nieuw soort eclecticisme, waarbij kenmerken van verschillende stijlen en stromingen gecombineerd werden, zoals het expressionismekubismemodernisme en functionalisme. Hierdoor kan het voorkomen dat een glazen vaas, een bronswerkje en een eetkamerameublement alle drie geclassificeerd kunnen worden als art deco, en tegelijk geen enkel uiterlijk stijlkenmerk gemeen hebben. Ook de internationale uitingen van de art deco verschillen op een groot aantal essentiële punten. Het vraagt in bepaalde gevallen een geoefend oog om in de architectuur b.v. late geometrische art nouveau niet te classificeren als art deco, omdat beide een stijloverlapping kennen. Art deco is meer het tijdvenster tussen beide wereldoorlogen rond een verzameling van verschillende stijlen die in ieder geval met elkaar gemeen hebben dat zij alle een reactie waren op de organische ornamentiek van de Duits-Oostenrijkse jugendstil en de Frans-Belgische curvilineaire art nouveau.

Het gebruik van de term art deco nam pas na 1971 een vlucht als gevolg van de door Hillier georganiseerde tentoonstelling in het Minneapolis Institute of Arts onder de naam Art Deco, en het als boek uitgegeven verslag daarvan: The World of Art Deco.

In de architectuur vormde art deco vaak een element binnen een andere architectuurstroming. In Nederland werd deze vormgeving bijvoorbeeld vaak geïntegreerd in de Amsterdamse School en ook het werk van de leden van de Stijlgroep is deels verwant aan de art deco. Bij de Amsterdamse School zijn dat de nadruk op de rechte en hoekige lijn en de toepassing van het verticaal cilindrisch gebogen vlak. Bij de Stijlgroep was dat de zo groot mogelijke eenvoud en abstractie, vaak vergezeld van het gebruik van de primaire kleuren. De Stijlgroep voerde een belangrijk aspect van de Nederlandse art deco tot in de uiterste consequentie door: dat van functionaliteit en zakelijkheid en kreeg hierom als reactie op de “Nieuwe Kunst” bekendheid onder de term Nieuwe Zakelijkheid. De aanhangers van deze richting waren wars van elke vorm van versiering en hielden bij het ontwerpen reeds rekening met de beperkingen van machinale productie. De consequentie hiervan op het uiterlijk van voorwerpen mag zeker ook als een van de stijlkenmerken van de art deco worden beschouwd.


tekst:  Wikipedia.