Veel kunstschilders prefereren acrylverf omdat het veel sneller droogt dan olieverf. Bovendien ruikt het nauwelijks, terwijl olieverf sterk naar het giftige terpentijn ruikt. Ook is het makkelijker de kwasten schoon te maken, tenzij de verf geheel is ingedroogd. Als dat is gebeurd kunnen de kwasten slechts met veel moeite worden schoongemaakt door heet water met zeep te gebruiken en daarna de kwast mechanisch te reinigen. Acrylschilders laten hun kwasten daarom vaak continu in water staan, tot zij de tijd hebben de kwasten met de nodige zorg schoon te spoelen en te drogen.

Andere kunstschilders vinden de kleuren van gedroogde acrylverf echter minder fraai dan die van olieverf – zij vinden dat het een wat plasticachtig karakter heeft. Deze schilders prefereren vaak ook een langzamer drogend schildermateriaal zoals olieverf, zodat zij langer ‘nat in nat’ kunnen werken. Soms wordt acrylverf voor de onderschildering gebruikt. Olieverf hecht op een acrylondergrond. Andersom is echter niet goed mogelijk.

Bij acrylverf is de pigmentconcentratie meestal lager dan bij olieverf vanwege de vloeimiddelen die moeten voorkomen dat het bindmiddel als een lijm aan de kwast gaat plakken. Daardoor lijken de kleuren minder verzadigd en is het moeilijker dekkend details aan te brengen. Dat laatste wordt nog verder bemoeilijkt doordat de verf erg viskeus (‘stroperig’) is, maar het gebruik van tolueen als oplosmiddel vermindert dat probleem. Sommige pigmenten kunnen niet met een acrylaatbindmiddel gecombineerd worden. Toen in de jaren vijftig de eerste commerciële acrylverf in tubes op de markt kwam, was de pigmentkeuze nog heel beperkt; langzaam is het assortiment steeds groter geworden.

Voor acrylverf is in de loop der jaren een groot aantal speciale schildersmedia ontwikkeld. Die bestaan uit het bindmiddel, puur of aangevuld met verdikkingsmiddelen en/of vulmiddelen. Deze media maken allerlei glaceer- en impastotechnieken mogelijk. Door de media toe te voegen aan aquarelverf of inkten verkrijgen deze de eigenschappen van acrylverf. De beperkingen in pigmentkeuze bij normale acrylverf kunnen hierdoor omzeild worden.

Acrylverf kan goed gebruikt worden op een textiele drager, zoals linnen of katoen en bijvoorbeeld ook op t-shirts. Het hecht zich goed aan de stof waarna het al dan niet gefixeerd kan worden. Bij het werken met deze verfsoort moet men er rekening mee houden dat de verf snel droogt en dan niet makkelijk te verwijderen is; het is daarom aanbevelenswaardig oude kleding aan te trekken of een schort voor te doen. Soms lukt het om katoen of wol mechanisch (afkrabben) schoon te maken na inweken met heet water en zeep of chemisch met aceton dat eveneens gebruikt kan worden om ingedroogde kwasten te behandelen.

tekst gevonden op:  http://www.aaartnl.nl/home.html